Feest wie had dat gedacht , 70!

En dan is het zover.

Vandaag ga ik eindelijk mijn grote feest vieren. In april ben ik 70 geworden. Zeventig! En eerlijk? Dat had twaalf jaar geleden niemand meer verwacht. Als je toen eigenlijk je doodvonnis krijgt en je mag twaalf jaar later gewoon nog bezig zijn met slingers, hapjes en stoelen buitenzetten, dan kun je toch alleen maar denken: wat ben ik toch een ongelofelijke bofkont.

En zo voelt het ook.

Vandaag komen er heel veel mensen hier over de vloer. Ik had natuurlijk gehoopt op strakblauwe lucht, zonnetje erbij, lekker buiten zitten alsof we midden in een Italiaanse film beland waren. Maar ja… het Nederlandse weer besloot weer eens een eigen feestje te bouwen. Gelukkig staat er een tent. In Nederland noemen we dat gewoon: goed voorbereid optimisme.

En wat ben ik verwend. Echt. Familie is de afgelopen dagen af en aan gelopen om te helpen. Hapjes maken, tafels sjouwen, de tent opzetten, straks de stoelen buiten zetten, versieren… ik hoef maar te zuchten of er staat alweer iemand met een rol plakband of een schaal gevulde eitjes naast me.

En dan heb ik ook nog twee zogenaamde kleinkinderen die vandaag gaan zorgen dat iedereen eten en drinken krijgt. Hoe mooi is dat? Ik ben alleenstaand, heb zelf geen kinderen, en toch staan er allemaal mensen om me heen die dit feest net zo belangrijk lijken te vinden als ikzelf. Dat raakt me echt enorm!

Natuurlijk zeggen mensen dan altijd: “Wie goed doet, goed ontmoet.” Nou, dat zal best. Maar ik weet vooral dat ik al twaalf jaar lang gedragen word door mensen die voor mij klaarstaan. En geloof me, daar word je heel klein én heel gelukkig van.

Vandaag maakt het me werkelijk niets uit hoe mensen komen. In een nette jurk, een oude spijkerbroek, op hakken, sneakers of met een kapsel dat duidelijk verloren heeft van de wind, iedereen is welkom. Als ze maar komen.

En er komen gelukkig ook kinderen. Ik ben dol op kinderen. Kinderen maken een feestje meteen levend. Hun onbevangenheid, hun energie, hun complete onvermogen om stil te zitten op een stoel… heerlijk. Ik lig vaak op bed en kijk dan uit het raam naar spelende kinderen in de buurt. Daar kan ik intens van genieten. Kinderen zijn de toekomst, maar voor mij zijn ze vooral ook een herinnering dat plezier vaak in hele kleine dingen zit.

De enige die vandaag iets minder enthousiast is over het feest, is Manu de kat. Zij verhuist tijdelijk naar boven. Niet omdat ze lastig is, integendeel, maar omdat een huis vol mensen voor een kat ongeveer hetzelfde is als een onverwacht muziekfestival in je woonkamer. Gelukkig komt er iemand speciaal voor haar zorgen. Iemand die haar graag oppakt en met haar knuffelt. Dat is echt mijn steun en toeverlaat. Ik leun enorm op haar hulp.

En morgen? Dan heb ik het ook nog eens briljant gepland. Of totaal onverstandig, daar ben ik nog niet uit.

Want morgen mag ik alweer naar Avans om als ervaringsdeskundige mee te praten over klinisch redeneren en “shared decision making”, samen beslissen. Grote kans dat ik daar verschijn met kleine oogjes, een licht katerig hoofd van vermoeidheid en misschien nog een verdwaalde slinger in mijn tas of haar. Maar gek genoeg krijg ik van die studenten en docenten altijd energie. Dus waarschijnlijk wordt dat ook gewoon weer een mooie dag.

En woensdag mag ik nog een keer.

Kortom, wat begon als een verjaardag, is inmiddels uitgegroeid tot een complete feestweek met logistieke perfectie!

Zeventig jaar.
Twaalf extra jaren gekregen.
Een huis vol lieve mensen.
Kinderen die lachen.
Een kat boven.
En ik? Ik geniet.

Meer moet een mens eigenlijk niet wensen.

Margriet

17 mei 2026

Een lintje voor de buurvrouw en haar kinderen…

Vrijdagavond zat ik in schouwburg De Leest, bij de jaarlijkse bijeenkomst voor gedecoreerden in Waalwijk. Altijd een bijzondere avond. Mensen die zich jarenlang hebben ingezet voor de samenleving, die zichtbaar en terecht (?)even in het zonnetje worden gezet. Voor mij ook een reünie van bekende mensen die ik dan weer eens zie.

Zelf kreeg ik in 2014 een lintje. De “laagste orde”, zeg ik er altijd maar een beetje luchtig bij. Maar eerlijk is eerlijk, het lintje zelf vond ik minder bijzonder dan het proces ernaartoe. Het idee dat iemand de moeite heeft genomen om alles op papier te zetten, om mijn inzet te onderbouwen, om te zeggen dit verdient erkenning. Dat maakt het bijzonder En toch… vrijdagavond zat ik daar met een lichte twijfel.

Wat opviel? Veel vitaal grijs. Veel mannen. En laten we het maar gewoon benoemen, een overwegend witte zaal. Natuurlijk waren er uitzonderingen, een vrouw van Antilliaanse afkomst, een man met een andere achtergrond, maar het bleef schaars. En toen dacht ik, wie zien we hier eigenlijk wél… en wie niet?

Want terwijl daar mensen in het zonnetje werden gezet en dat mag , laat dat duidelijk zijn moest ik denken aan mijn buurvrouw en haar kinderen

Zij doen geen “officieel” vrijwilligerswerk. Ze staat niet op lijsten, zit niet in besturen en vullen geen formulieren in of zitten in de politiek. Maar ze zorgen voor mensen die het nodig hebben. Koken maaltijden, delen boodschappen uit, houden een oogje in het zeil. Niet één keer, niet projectmatig, maar gewoon… altijd. Omdat ze vindt dat dat zo hoort.

Hun wereld is groter dan hun straat. “Buren” zijn voor hun geen huisnummers, maar mensen. Soms worden dat zelfs familie, zonder dat er bloedbanden aan te pas komen.

En ik weet bijna zeker, zij krijgen nooit een lintje.

Niet omdat ze het niet verdienen, integendeel. Maar omdat wat zij doen niet netjes past in de criteria. Geen officiële organisatie waarbij ze zijn geregistreerd. Het is te informeel, te vanzelfsprekend, te weinig vastgelegd. Geen jarenlange bestuursfunctie, geen raadslid etc en geen stapel bewijsstukken. Gewoon goed doen. Dag in, dag uit.

En toen dacht ik, misschien wringt daar iets.

Begrijp me goed , ik ben niet tegen lintjes , ik ken genoeg mensen die er trots op zijn. Waardering uitspreken is belangrijk. Mensen mogen gezien worden. Maar het systeem lijkt vooral ingericht op wat meetbaar is, jaren, functies, titels. Terwijl juist het onzichtbare werk het zorgen, het omkijken naar elkaar zo vaak buiten beeld blijft. Misschien is het tijd om daar anders naar te kijken.

Wat als we waardering dichterbij organiseren? In de buurt, in de straat. Dat mensen elkaar kunnen voordragen. Niet op basis van hoeveel jaar je ergens officieel vrijwilliger bent, maar op basis van wat je daadwerkelijk betekent voor anderen. Dat verhalen zwaarder wegen dan formulieren.

Ja, dat zou in het begin misschien een stormloop geven. Maar misschien is dat juist wel veelzeggend. Misschien laat dat zien hoeveel goedheid er al is, zonder dat we die echt benoemen.

En laten we eerlijk zijn de meeste mensen doen het vrijwilligerswerk niet voor een lintje. Die doen het voor een glimlach, een bedankje, een kind dat weer lacht, een buur die het nét redt. Je krijgt er iets voor terug wat niet op te spelden is, verbondenheid, warmte, soms zelfs liefde.

Misschien moeten we dát meer vieren.

Niet omdat de één beter is dan de ander, maar omdat het goede voorbeeld aanstekelijk werkt. Omdat het laat zien dat zorgen voor elkaar geen uitzondering hoeft te zijn, maar iets heel normaals. Onze burgemeester noemt vrijwilligers het bindweefsel van de samenleving. Ik neem aan dat ze daarmee ook het niet zichtbare vrijwilligerswerk bedoeld. Dat mensen die echt omkijken naar elkaar daar ook bij horen.

Dus ja, misschien is het een gek idee. Maar als ik mocht kiezen?

Dan gaf ik morgen een lintje aan mijn buurvrouw en haar kinderen….
Gewoon, bij de voordeur. Zonder protocol met een extra mooie bos bloemen en een dikke kus!

En ik weet zeker, ze zouden zeggen dat het nergens voor nodig was. Maar voor mij maakt het een wereld van verschil.

Margriet

April 2026

Twee kanten van één geschiedenis .. over verdriet, kracht en wat wij kunnen zien

Ik heb meerdere keren gekeken naar de documentaire Twee kanten van één geschiedenis over de Molukkers die 75 jaar geleden in Nederland aankwamen in de haven in Rotterdam . Het deed me veel en het bracht me in verwarring. Verdriet, ja maar ook een soort stil besef. Alsof ik ineens scherper zag wat er al die tijd al was in mijn eigen omgeving, hier in Waalwijk.

De geschiedenis van de Molukse gemeenschap is geen hoofdstuk uit een ver verleden. Het leeft in mensen, in gezinnen, in verhalen die soms pas nu hardop verteld worden.

Verhalen over mannen die vochten in het KNIL, in dienst van Nederland. Die dachten dat ze onderdeel waren van dat land. En die, eenmaal aangekomen in Nederland, bij het verlaten van de boot te horen kregen ; “u bent ontslagen.”… ( ik kan daar niet bij)

Daar stonden ze dan. Met hun gezinnen. Met hun verleden. Met een ontslagbrief in hun handen.

Ze werden ondergebracht in kampen. Plekken die al beladen waren met een geschiedenis die wij wél kennen, daar hadden eerder Joodse families gezeten, wachtend op deportatie naar de gaskamers. Velen van hen zijn nooit teruggekomen. En juist op die plekken begonnen Molukse gezinnen aan een nieuw leven of misschien beter gezegd …aan overleven.

Ik probeer me dat voor te stellen, maar het lukt me niet. De omvang van zoiets laat zich niet pakken in mijn hoofd.

Wat mij zeer doet, is dat het verdriet niet stopte bij die eerste generatie. Het werd meegenomen naar de volgende generaties. En vaak werd er niet over gesproken waarom dat verdriet er is. En dát herken ik….

Mijn ouders spraken ook niet over de Tweede Wereldoorlog. Over het verzet, over verloren familieleden, vrienden die gesneuveld zijn, wie de verraders waren, de trauma’s die ze hebben opgelopen. Dat verdriet was er wel, maar het kreeg geen woorden. En ik denk dat daar de overeenkomst zit. Groot verdriet, dat stil blijft. Dat niet gedeeld wordt, maar wel doorwerkt…

ik kwam vorig jaar er pas achter dat mijn oma Joodse kinderen heeft laten onderduiken…de heldin.. ik weet zoveel niet wat mijn ouders en hun generatie is overkomen.

Maar waar de overeenkomst stopt, begint ook het verschil. Want wat Molukse families hebben moeten dragen, het gevoel van afgedankt zijn, van nergens echt bij horen, van wachten op een terugkeer die nooit kwam, dat is van een andere orde. Het gevoel dat je meer en beter moet presteren en tegelijkertijd vooral niet moet opvallen.. waar thuis de opvoeding was met harde hand, uit frustratie…

En toch… wat ik vandaag zie, 75 jaar later, is niet alleen dat verdriet.

Ik zie kracht.

Ik zie een gemeenschap die, ondanks alles, niet is blijven staan in wat hen is aangedaan. Maar die iets heeft gedaan wat ik diep bewonder, het verdriet ombuigen naar iets dat verbindt. Iets dat zichtbaar is. Iets dat toekomst heeft.

Hier in Waalwijk zie ik dat heel concreet. De eeuwige grafrechten voor de eerste generatie Molukkers, dat hun graven nooit geruimd worden en dat de gemeente dat draagt dat vind ik iets bijzonders. Maar het is er niet zomaar gekomen. Dat is bevochten. Dat is georganiseerd. Dat is tot stand gekomen omdat mensen samen hebben gezegd, dit is belangrijk voor ons, dit moet blijven. Dit hebben ze verdient

Net zoals de herdenking op 15 augustus. Voor veel Nederlanders een datum die minder bekend is, maar voor de Molukse/ Indische gemeenschap van grote betekenis, het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Een einde dat voor hen een heel ander verhaal markeert dan voor ons in Europa. Dat die herdenking er nu ook is, dat die ruimte er komt ook dat is geen toeval. Dat is inzet. Dat is kracht.

En misschien is dat wel wat mij het meest raakt. Dat ik verdriet zie .. echt, dat zie ik, maar ook hoe dat verdriet wordt omgezet. Niet in bitterheid die alles overschaduwt, maar in verbinding. In verhalen die gedeeld worden. In monumenten. In herdenken én vieren.

En ja, daar ben ik jaloers op. Op de manier waarop de Molukse gemeenschap de schouders eronder zet. Hoe generaties elkaar weten te vinden. Hoe er een vanzelfsprekend “wij” is. Hoe ze zeggen, wij horen hier. Wij zijn Waalwijkers. Misschien wel jouw buurvrouw of buurman. Maar ook dat de gemeenschap wellicht lange tijd getracht heeft onzichtbaar te zijn. Zeker na de kapingen in 1977… maar uiteindelijk een voorbeeld zijn in integratie. Kinderen met Molukse voornamen en Nederlandse achternamen of omgedraaid… zich geworteld hebben in de gemeenschap. Ik zie in Waalwijk op allerlei fronten dat het niet uitmaakt of je van Molukse afkomst bent of niet.

Ik zie hoe ze niet zijn blijven hangen in slachtofferschap, maar het heft in eigen hand hebben genomen. Hoe ze hun geschiedenis zichtbaar maken, zonder die te verstoppen. Hoe ze bouwen, samen.

Dat vind ik indrukwekkend. Dat vind ik mooi. Dat raakt me.

Ik ben een Nederlandse vrouw van 70. Mijn leven is niet zonder verdriet geweest maar over het algemeen was mijn glas halfvol, maar het staat van verre niet in verhouding tot wat ik hier zie en hoor. De documentaire laat dat goed zien. Ik kan het verleden niet veranderen. Ik kan het verdriet niet wegnemen. Wanneer wordt in de geschiedenisboeken de twee kanten van deze geschiedenis beschreven?

Mijn excuus voor wat de Molukse gemeenschap is aangedaan is niet gewichtig genoeg .. Maar ik kan wel iets anders doen. Ik kan luisteren.
Ik kan erkennen.
Ik kan het verhaal doorvertellen. En misschien ook dit zeggen.

Ik zie jullie kracht.
En daar heb ik diep respect voor Voor degene die de documentaire niet gezien heeft Hier kan je hem vinden, méér dan de moeite waard …

https://npo.nl/start/video/twee-kanten-van-een-geschiedenis

Margriet

April 2026

Agressie in de zorg, van begrip naar grens

Agressie in de zorg neemt toe en gaat verder dan begrijpelijke emotie. Boosheid mag, maar bedreiging en intimidatie zijn grenzen die steeds vaker worden overschreden. Dit gedrag is aangeleerd: wie het hardst schreeuwt, krijgt vaak zijn zin. Het probleem ligt niet bij afkomst, maar bij veranderende normen, wantrouwen en een groeiend gevoel van “recht hebben op”. De zwijgende meerderheid laat te weinig van zich horen, waardoor negatief gedrag de toon zet. Oplossingen liggen in duidelijke grenzen, consequente handhaving en steun voor zorgverleners. Uiteindelijk vraagt het ook iets van ons allemaal: meer verantwoordelijkheid nemen voor hoe we met elkaar omgaan.

De posters hangen er. In wachtkamers, gangen en bij de ingang van het ziekenhuis…”Agressie wordt niet getolereerd.” Ook bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis kom je ze tegen. Duidelijk, zichtbaar, bijna geruststellend. Maar wie even verder kijkt of beter gezegd, luistert, hoort iets anders. Verhalen van verpleegkundigen die worden uitgescholden. Huisartsen die bedreigingen krijgen. Ambulancepersoneel dat niet veilig een patiënt kan bereiken. Thuiszorg medewerkers gaan alleen op pad en vallen soms te prooi aan agressie, vaak door familie.

De vraag is dus niet óf het gebeurt. De vraag is, waarom accepteren we het nog steeds?

Emotie is geen excuus voor agressie

Laten we één ding helder hebben .. zorg is emotie. Angst, pijn, onzekerheid, het hoort er allemaal bij. Wie naast een ziek kind zit of een ouder ziet aftakelen, zit niet rationeel te wachten op een behandelplan. Daar zit een mens. En die mag boos zijn.

Maar ergens zijn we een grens kwijtgeraakt. Want boos zijn is iets anders dan dreigen. Frustratie is iets anders dan intimideren. En onmacht is geen vrijbrief om een verpleegkundige in een hoek te drukken met zeven familieleden eromheen.

Wat daar gebeurt, is geen emotie meer. Dat is macht.

Het ‘korte lontje’ is geen natuurverschijnsel

We praten er vaak over alsof het weer is, “De maatschappij verhardt.” Alsof het ons overkomt. Maar dat is te makkelijk wat mij betreft. Wat we zien, is aangeleerd gedrag. Jarenlang hebben mensen ervaren dat wie het hardst schreeuwt, het meest gedaan krijgt. In de supermarkt, bij de gemeente, bij verzekeraars en ja, ook in de zorg. De les is simpel en gevaarlijk tegelijk.
Druk uitoefenen loont. En als dat eenmaal werkt, ga je een stap verder. Van boos praten naar schreeuwen. Van schreeuwen naar dreigen. En soms naar fysiek geweld.

Het probleem zit niet waar we het zoeken

Het is verleidelijk om naar “de ander” te wijzen. Naar mensen met een andere achtergrond, een andere cultuur, een andere taal. Maar opvallend genoeg hoor je uit de praktijk vaak iets anders, dat respect juist daar vaak wél aanwezig is. Dus nee, dit is geen kwestie van afkomst.

Dit is een kwestie van normen en waarden. Van opvoeding. Van voorbeeldgedrag. Van een samenleving waarin “ik heb recht op” vaker klinkt dan “wat is redelijk?”. Ook van een groeiend gevoel van wantrouwen tegen instanties is een van de oorzaken. Tegen de overheid. Tegen de zorg. Wie denkt dat het systeem niet voor hem werkt, gaat het systeem bevechten. Soms letterlijk.

De zwijgende meerderheid is het echte probleem

De meeste mensen gedragen zich prima. Echt. Maar ze zeggen niets. Niet in de wachtkamer als iemand uit zijn dak gaat.
Niet online als zorgverleners worden weggezet als “lui” of “onverschillig”.
Niet in het dagelijks gesprek waarin steeds vaker wordt gesproken over “recht hebben op”. Ze zwijgen om zelf niet het slachtoffer te worden. En ondertussen bepalen de luidste stemmen het beeld en zwijgt de grote meerderheid om zelf geen slachtoffer te worden.

Dat is misschien wel het grootste probleem van allemaal. Ik heb “ recht op” versus “ Ik wil geen slachtoffer worden”.

Oplossingen zijn er maar ze vragen lef

We weten eigenlijk al best goed wat werkt. Kijk naar de huisartsenposten waar toegangscontrole is. Waar niet hele families mee naar binnen kunnen. Waar duidelijke regels zijn en die ook worden gehandhaafd. Niet daar niets gebeurd maar door duidelijkheid zijn er minder escalaties. Bij de huisartsenpost kan je ook niet zomaar naar binnen, of in een spreekkamer komen. (Dat is in een gewone huisartsenpraktijk of ziekenhuis wel anders.) Dat helpt. Niet omdat mensen ineens anders worden, maar omdat de omgeving grenzen stelt. Maar het gaat verder dan praktische maatregelen. Dit vraagt ook iets van ons als samenleving:

  • Duidelijke grenzen stellen
    Niet alleen met posters, maar met consequenties. Agressie moet altijd een gevolg hebben. Altijd.
  • Zorgverleners rugdekking geven
    Niet alleen in woorden, maar in beleid. Aangifte doen moet de norm zijn, niet de uitzondering.
  • Normaal gedrag weer benoemen
    Fatsoen is niet “ouderwets”. Het is de basis. En ja, dat mag je hardop zeggen.
  • De stilte doorbreken
    In de wachtkamer. Online. Thuis. Niet agressief, maar wel duidelijk, dit is niet oké.

En misschien de lastigste vraag

Zijn we bereid om iets van onszelf in te leveren? Want een samenleving waarin iedereen zijn recht opeist zonder naar de ander te kijken, wordt uiteindelijk een plek waar de sterkste wint. En in de zorg zou dat juist de plek moeten zijn waar de kwetsbaarste beschermd wordt.

Dus nee, agressie in de zorg is geen losstaand probleem. Het is een spiegel.

De vraag is alleen… durven we erin te kijken?


Wat vind jij?
Is dit vooral een probleem van individuen met een kort lontje, of zegt het iets fundamenteels over hoe wij als samenleving met elkaar omgaan? Ik zeer benieuwd naar je reactie

Margriet

April 2026

Toegankelijk op papier, onbereikbaar in de praktijk

We leven in een tijd waarin inclusiviteit en toegankelijkheid terecht hoog op de agenda staan. Gemeenten spreken zich uit, ondertekenen regenboogakkoorden, investeren in het weghalen van fysieke drempels, benadrukken het belang van meedoen en mee kunnen doen. Er zijn stichtingen opgericht om de toegankelijkheid te vergroten, bij elk project probeert de gemeente rekening te houden met inclusie en toegankelijkheid. Het klinkt goed. Het voelt goed. Maar wie afhankelijk is van ondersteuning, weet dat er een wereld van verschil zit tussen beleid op papier en de werkelijkheid van alledag.

Mijn ervaring met een Wmo-procedure laat dat pijnlijk zien.

Na vijf jaar huishoudelijke hulp moest ik opnieuw door het zogenoemde keukentafelgesprek. In die vijf jaar is mijn situatie drastisch verslechterd. Waar ik ooit nog liep, ben ik nu volledig afhankelijk van hulpmiddelen en hulp van anderen. Mijn wereld is kleiner geworden, mijn afhankelijkheid groter. Toch werd in eerste instantie besloten om mijn hulp fors te verminderen van 5 uur en 15 minuten naar 3 uur en 40 minuten. Dat was niet alleen onbegrijpelijk, het was ook onrealistisch. Hoe kan iemand in 3 uur en 40 minuten een huis schoonmaken, de was wegwerken, vaatwasser legen etc.etc.? Mijn huis is niet kleiner geworden, mijn beperkingen zijn behoorlijk toegenomen.

Maar wat daarna volgde, was voor mij misschien nog wel erger dan de beslissing zelf…..de procedure.

Een bezwaar maken klinkt simpel. In werkelijkheid kom je terecht in een systeem dat voelt als een juridisch doolhof. Gesprekken met juristen, formele zittingen, bemiddelingspogingen die geen echte bemiddeling zijn, en steeds weer de indruk dat de uitkomst al vaststaat de enige oplossing die in het bemiddelingsgesprek door de jurist werd geboden was een coach voor de hulp. Alsof zij haar werk niet goed deed. Ik ben de oorzaak van extra vervuiling, extra was etc.

Brieven die ik ontving die juridisch ongetwijfeld kloppen maar niet te volgen zijn. Je zit daar als mens, met jouw verhaal, jouw beperkingen, jouw dagelijkse realiteit, jouw emoties. Aan de andere kant van de tafel zitten professionals die het systeem kennen, de regels beheersen en de taal spreken die jij niet spreekt. Die schijnbaar het zicht op de realiteit wat aan het verliezen zijn omdat er bezuinigd moet worden. Dat is geen gelijkwaardige situatie. Sterker nog, het is een systeem waarin je bijna automatisch op achterstand staat. En ja, er is ondersteuning. Je kunt een onafhankelijke cliëntondersteuner inschakelen. Maar laten we eerlijk zijn, als een systeem zo ingewikkeld is dat je standaard hulp nodig hebt om erdoorheen te komen, dan klopt er iets fundamenteel niet. Dan is het systeem niet toegankelijk, maar afhankelijk makend. En dat is nou net waar het omdraait, bij inclusie zou dat juist niet moeten zijn.

Niet iedereen heeft een broer die helpt bij het schrijven van een bezwaar. Niet iedereen heeft de energie, de vaardigheden of het netwerk om zo’n traject aan te gaan. Je bent als cliënt emotioneel betrokken en weet niet hoe je op moet gaan lossen. Wat gebeurt er met de mensen die dat niet hebben? Die haken af. Die accepteren een beslissing die misschien onterecht is. Niet omdat ze het eens zijn, maar omdat ze het gevecht niet aankunnen.

En dat is precies waar het wringt.

We zeggen dat we een inclusieve samenleving willen zijn. Maar inclusie betekent niet alleen dat je mee mag doen. Het betekent ook dat je je recht kunt halen zonder dat je daar een halve jurist voor moet zijn. Het betekent dat procedures begrijpelijk zijn, menselijk, en in balans.

Natuurlijk moeten beslissingen zorgvuldig worden genomen. Natuurlijk zijn regels nodig. Maar wanneer regels belangrijker worden dan mensen, verliezen we iets essentieels.

Wat ik misschien het ergste vond was de afstand. De afstand tussen beleid en praktijk. De afstand tussen wat er gezegd wordt en wat er gebeurt. De afstand tussen de mens aan tafel en het systeem waar die mens doorheen moet.

Toegankelijkheid gaat niet alleen over gebouwen zonder drempels. Het gaat ook over systemen zonder drempels. Over procedures die te volgen zijn. Over gesprekken waarin je je gehoord voelt. Over beslissingen die logisch zijn en uitlegbaar.

En ja, uiteindelijk kreeg ik mijn uren terug. Maar tegen welke prijs? Tijd, energie, frustratie. Dingen die je als chronisch zieke of beperkte eigenlijk niet kunt missen.

De vraag die blijft hangen is simpel.

Voor wie is dit systeem eigenlijk gemaakt? Als het antwoord is, voor de inwoners, dan is er werk aan de winkel. Want een systeem dat alleen werkt voor mensen die sterk, mondig en ondersteund zijn, is niet inclusief. Dat is selectief.

Echte inclusie begint daar waar ook de meest kwetsbare inwoner zelfstandig zijn weg kan vinden. Zonder juridische strijd. Zonder afhankelijk te zijn van toevallige hulp. Gewoon, omdat het systeem zo is ingericht dat het klopt. Dat is geen luxe. Dat is een basisvoorwaarde. En ik kom tot de conclusie dat we daar nog lang niet zijn.

Werk aan de winkel!

Margriet

April 2026

Stop met denken in “wij en zij”, denk in ONS

Terwijl ik dit schrijf, kijk ik op televisie naar de Holocaustherdenking. Ik zie het verdriet. De breekbaarheid. De angst die mensen toen hebben gevoeld en die voor sommigen nooit helemaal is verdwenen. Mensen die werden vervolgd om wie ze waren. Zonder recht. Zonder bescherming. Ontmenselijkt, stap voor stap. Sinti’s, Roma’s, Homo’s, Joden etc. vervolgd en vermoord omdat iemand bedacht had dat zij een gevaar waren, of er niet bij hoorden…..

En terwijl die beelden voorbij komen, zie ik op hetzelfde moment wat er nu gebeurt in Amerika. In Minneapolis is onrust uitgebroken na de dood van Alex Pretti, een verpleegkundige die door federale immigratieagenten werd doodgeschoten. Protesten, afgelaste sportwedstrijden en concerten, woede en wantrouwen. Het laat zien wat er gebeurt als een overheid groepen mensen tot probleem verklaart en hard optreedt, zonder ruimte voor menselijkheid of nuance. Zonder recht.

Wat mij raakt en eerlijk gezegd ook bang maakt, is hoe dichtbij dit voelt. Alsof het verleden niet ver weg is, maar naast ons staat. Want ook in Nederland zie ik hoe polarisatie steeds normaler wordt. Hoe mensen weer worden weggezet als gevaar, als minderwaardig, als “de ander”. Hoe woorden worden gebruikt als wapens. Hoe er gedacht in “wij en zij”. De woningnood komt door asielzoekers, Moslims zijn een gevaar, mensen moeten terug naar eigen land terwijl ze hier geboren zijn, geen nuance… voor mij is het domheid! Nog geen ICE hier, maar wel mensen met hetzelfde gedachtengoed…en dat is al zeer bedreigend. Alles wat niet goed gaat of waarvan men denkt dat dit niet in hun straatje past komt door “zij”

Politiek draagt daar een enorme verantwoordelijkheid in en die wordt te vaak niet genomen. Wanneer iemand als bijvoorbeeld Geert Wilders ( en helaas zijn er veel meer) blijft roepen dat Moslims slecht zijn, dan wordt een hele groep mensen gereduceerd tot één karikatuur. Terwijl ik denk en weet dat de meeste Moslims gewoon goede mensen zijn. Net zoals de meeste Katholieken goede mensen zijn. Net zoals de meeste mensen zonder geloof goede mensen zijn. In elke groep zitten rotte appels, maar die bepalen nooit het geheel.

Toch doen we alsof dat wel zo is. Alsof “zij” het probleem zijn en “wij” het slachtoffer. Alsof verdeeldheid een oplossing is. Terwijl de geschiedenis pijnlijk duidelijk, vandaag nog herdacht ons leert waar dat toe kan leiden. Op de televisie wordt het lied gezongen “ ik wil niet bang zijn” van Maarten Peters, samen gezongen met een kind Jedidja Loonstein. Helaas kan ik dit indrukwekkend lied met Jedidja niet vinden maar hier het origineel https://youtu.be/wdPk0R2KRzw

Wat ik zie in de ogen van overlevenden van de Holocaust en hun nazaten, is niet alleen verdriet om wat was, maar ook angst voor wat kan terugkomen. Voor het moment waarop mensen opnieuw tegenover elkaar worden gezet. Waarop haat weer wordt genormaliseerd. Waarop medemenselijkheid plaatsmaakt voor slogans.

Ik blijf mij daartegen uitspreken. Tegen het denken in wij versus zij. Tegen het vergiftigen van het publieke debat. Tegen politiek die verdeelt in plaats van verbindt.

Laten we stoppen met elkaar etiketten opplakken.

Laten we stoppen met groepen wegzetten.

Laten we beginnen met denken in ons.

Niet omdat we het altijd eens moeten zijn maar omdat samenleven vraagt om geven en nemen, om luisteren, om samenwerken aan de best mogelijke toekomst voor iedereen. Daar zou de politiek op moeten investeren! Dat zou de mensheid juist goed doen. Elkander wegzetten als ongeloofwaardig, woke etc is het toppunt van “domheid” . We hebben elkaar nodig. Nederland die juist zo goed was in het zoeken naar de middenweg, elkaar overtuigen in discussie maar ook accepteren dat een ander een goed punt heeft, is geworden tot “ wij en zij” zonder argumenten, oneliners , in de overtuiging dat er maar één waarheid is

De herdenking op televisie is geen geschiedenisles.

Het is een waarschuwing.

En die moeten we serieus nemen.

Margriet

Januari 2026

Geen geld voor armoede, wel 129 miljoen voor vuurwerk

Ik ben boos.

En nee, dat is geen emotie van het moment. Dit is opgekropte woede over wat we normaal zijn gaan vinden.

Met oud en nieuw ging er in Nederland 129 miljoen euro de lucht in. Ook in en rond Waalwijk knalde het brandde het, werd er gesloopt.

Wellicht niet zo erg als in grotere steden waar nog meer Auto’s werden beschadigd, straten vernield, hulpverleners bekogeld. En toch hoorde ik het weer: “Het hoort erbij.”

Traditie. Ontlading. Begrip.

Maar laat ik het heel concreet maken, in Waalwijk groeien 100 kinderen op in armoede. In Nederland 115.000 minderjarige in armoede..

Dus in mijn omgeving 100 kinderen die elke dag voelen wat tekort is. En ondertussen steken wij zonder schaamte miljoenen in brand.

– Vertel mij dan niet dat Nederland te duur is.

– Vertel mij niet dat “de overheid alles afpakt”.

Als mensen honderden euro’s, soms duizenden, kunnen uitgeven aan vuurwerk, dan is het probleem geen geldgebrek. Het probleem is morele keuzes.

Wat mij misschien nog wel het meest woedend maakt, is het gemak waarmee we de schuld steeds buiten onszelf leggen.

Als er iets gebeurt bij een AZC, dan staat het oordeel klaar. Dan wijzen we naar asielzoekers, naar moslims, naar “die mensen”.

Maar laten we eerlijk zijn, bij protesten tegen een AZC zijn het geen asielzoekers die vernielen. Het zijn bewoners van Nederland. Mensen uit dorpen en steden zoals de onze. Mensen die zeggen dat ze “bezorgd” zijn. En ondertussen, hekken kapot, ruiten in, brandstichting, politie bekogeld.

En dan heet het ineens “emoties lopen hoog op” Dan is er begrip.

Nee.

– Vernieling is geen mening.

– Geweld is geen protest.

– En racisme is geen recht.

Ook met oud en nieuw zien we hetzelfde patroon. We doen alsof het alleen “hooligans” zijn. Alsof dit een kleine groep is. Maar wie eerlijk kijkt, ziet dat het veel breder is. Dit gebeurt in woonwijken. Door mensen met banen, huizen en gezinnen. Veelal mannelijke jongeren, jongvolwassenen en volwassenen.

Dit is geen randprobleem. Dit is een fatsoensprobleem. Maar fatsoen is geen luxe. Het is de basis van samenleven.

En stop alsjeblieft met doen alsof politie en handhavers “de overheid” zijn. Het zijn mensen. Vaders en moeders uit deze regio. Mensen die liever thuis waren geweest, maar nu vuurwerk moesten ontwijken terwijl ze hun werk deden. Er werd gericht met vuurwerk “ geschoten”, met kartonnen buizen om nóg beter te kunnen richten. Hoe dan?

Wie hulpverleners aanvalt, valt Nederland aan. Zo simpel is het. Ik geloof niet in hardere straffen. Dat werkt niet. In Amerika zitten de gevangenissen vol met mensen met 2 , 3 jaar levenslang en ze moorden daar nog steeds.

Maar ik ben klaar met eindeloos begrip. Je sloopt iets in je buurt? Dan herstel je het. Je steekt iets in brand? Dan betaal je het terug. Je hebt geld voor zwaar vuurwerk, maar zegt dat je het leven niet kunt betalen? Dan klopt er iets niet.

En ja, ik weet dat is niet voor iedereen eerlijk. ( arm en rijk) Maar armoede is ook niet eerlijk. En toch accepteren we het dat kinderen hier met minder opgroeien, terwijl we massaal geld laten ontploffen.

Wat zegt dat over ons? We breken onze eigen wijk, dorp, stad, land af en noemen het feest. We veroordelen “de ander”, maar kijken weg als het geweld van onszelf komt.

Het geweld komt niet van buiten. Het zit hier. En zolang we dat niet durven zeggen, zijn we onderdeel van het probleem.

En ondertussen blijven die honderd kinderen hier in Waalwijk in armoede gewoon bestaan. Dag na dag.

– Dit gaat niet over vuurwerk.

– Dit gaat over keuzes.

– Over wie we beschermen.

– En wie we laten vallen.

Nederland verdient beter dan dit.

Wie onze wijken afbreekt, hoeft geen begrip te verwachten.

Fatsoen is geen traditie. Het is een verantwoordelijkheid.

Margriet

2 januari 2025

Vrijheid zit in je hoofd.

img_2308

Morgen is het 5 mei, bevrijdingsdag. De een viert dat uitbundig zonder mogelijk te weten waarom die dag er is, de ander viert het niet. Vanavond staan we stil bij de slachtoffers van de tweede wereldoorlog in Nederland en ver daarbuiten. Voor mijzelf tel ik daarbij alle onnodige slachtoffers uit de oorlogen die daarna er ook zijn en waren. Want in mijn optiek zijn er alleen maar verliezers en geen winnaars.

In deze tijd van polarisatie word ik ook vaak gedwongen om te moeten kiezen. Ben jij voor of tegen Putin, Hamas, Zelenski, Netanyahu, IS, Burgeroorlog en crisis in Jemen, situatie in Ethiopië de genocide in Myanmar, Syrie, Gaza, Palestina etc etc. 

img_2306-1

Ook in Nederland onderdrukken mensen elkaar, werkt onze regering daaraan mee, zijn er politieke partijen die de polarisatie maar al te graag versterken en angst zaaien…pas op dat links niet aan de macht komt, want dat zijn mensen die alleen naar het milieu kijken, daar wordt u de dupe van. Alle problemen schuiven we op de mensen die schijnbaar niet in Nederland horen. Eigen volk eerst roepen ze. Maar wie is of zijn dat eigen volk dan? En wanneer heb je dan volgens hun stelregel wel het recht om in Nederland te mogen blijven? Als je hier geboren bent? Nee want als je een kleurtje hebt of een achternaam die niet echt Nederlands is dan moet je toch echt je mond houden en terug naar je eigen land gaan als je het niet bevalt. Ze zíjn in eigen land. Als je als vluchteling hier mag blijven pik je de banen en de huizen van dat eigen volk in, en moet je niet zeuren en nederig zijn. Als je (klein)kind  bent van de eerste generatie gastarbeiders, dan blijf je een buitenlander… als je links bent in je denken dan ben je een gevaar voor de maatschappij, aldus deze partijen. Want dat links ook inhoudt dat je gaat voor gelijkwaardigheid, sociaal zijn dat kan niet. Want Ingrid en Henk die zijn pas sociaal. 

Nee vrijheid zit in mijn hoofd. In mijn hoofd mag ik denken en bedenken, kan ik zeggen wat ik wil. In mijn hoofd ben ik gezond en dans ik erop los. Ik denk dat in je hoofd de enige vrijheid zit. Want als ik om mij heen kijk word ik daar erg verdrietig van.

img_2305-1

Vanavond ga ik naar de dodenherdenking, dat probeer ik elk jaar te doen, ik hoor de namen van de mensen die omgekomen zijn als inwoners van Waalwijk in de Tweede Wereldoorlog. Daar hoor ik ook de naam van een oom, waar mijn oudste broer liefdevol naar vernoemd is. Ik denk dan aan een oom die ver in de negentig werd en heel zijn leven heeft geprobeerd het juk van die oorlog af te werpen. In zijn stervensfase zat hij wéér in die oorlog. Aan mijn ouders, die niet veel spraken over de oorlog, maar vaak zeiden dat het nooit meer mocht gebeuren… Hun droom is in duigen gevallen.

Ik denk aan al die mensen die trauma’s hebben opgelopen van die en andere oorlogen, de KNIL  die naar Nederland zijn gehaald met hun gezinnen en waar we echt niet netjes mee om zijn gegaan.  Ik denk al aan die mensen die decennia na decennia slachtoffer van een oorlog dichtbij en verder weg zijn geworden en waarvan veel overlevende trauma’s hebben opgelopen. Ik denk aan onze vluchtelingen die hun land zijn ontvlucht voor een oorlog of onderdrukking… en ik denk dat het allemaal teveel voor me is. 

2022-05-05_freedom-2-1

Ik weet dat vanavond mijn hart huilt en dat als ik thuis ben de tv niet aanzet. Dan komen er vaak oorlogsfilms en ik kan er niet naar kijken. 

Ik duik dan in mijzelf, want in mijn hoofd is het veilig. Ik hoop dat vele dit herkennen. Ik hoop dat mensen die onderdrukt zijn de kans zien om in hun hoofd vrijheid te ervaren. 

Het lukt me niet om deze blog luchtig af te sluiten, dus kruip ik lekker in mijn hoofd.

Margriet 

4 mei 2024.

Vrijheid, wat is dat nou?

Vandaag de dag hebben we het wel heel veel over vrijheden, wat voor de een vrijheid heet is voor de ander juist niet meer dan een gewoonte. Vandaag 4 mei herdenken wij de mensen die zijn overleden in de tweede wereld oorlog. Ikzelf herdenk meer dan dat, ik denk aan alle vluchtelingen die hun land door oorlog hebben moeten verlaten, de mensen die in gevangenschap leven ook al zijn zogenaamd vrij maar niet vrij mogen spreken. Ik denk aan mensen die vechten voor hun geaardheid, geloof of ongeloof, huidskleur etc. …afijn eigenlijk denk ik aan iedereen die is “gevallen” of niet vrij kunnen spreken of uitkomen voor wat ze zijn.

Het afgelopen jaar wordt het woord vrijheid steeds meer gebruikt. Zelfs Thierry Baudet laat dat middels, naar mijn idee, misplaatste poster zien. We hebben het nu over vrijheid over als wat gewoon is, we denken er niet meer aan hoe we dat verkregen hebben. Ondanks dat we momenteel door Corona wat beperkt worden leef ik in vrijheid.  

Een oom van mij die in de 90 mocht worden heeft zijn hele leven geleefd met de oorlog in hem. Duidelijk getraumatiseerd kwam in zijn stervensfase de tweede wereld oorlog heftig terug. Als hij vertelde over de oorlog verviel hij vaak in de Duits als het over de “ moffen” ging. Zijn broer, 17 jaar heeft het leven gelaten in een kamp in deze nare oorlog. 

Mijn ouders spraken er niet vaak over,  wel kreten als, laat het niet meer gebeuren, of verwijt het kind niet wat de ouders hebben misdaan kwamen veelvuldig langs, ook al snapte ik daar als  kind niks van. Daar bleef het wel bij. Er hing wat geheimzinnigheid over deze periode. Mijn vader zat, net zoals zijn broer bij knokploeg André. Maar wat daar nu gebeurd is, besproken of wat ze meegemaakt hebben heb ik grotendeels uit de boeken  of verhalen van andere mogen halen. Het mooie van de oorlog is dat mijn ouders elkaar hebben getroffen in Londen na de oorlog. Mijn moeder een vrijzinnig gereformeerde jonge vrouw uit Groningen en mijn vader een katholiek uit het donkere zuiden Waalwijk…. Het huwelijk heeft stand gehouden….

Nu hoor ik veel mensen zeggen, ik wil mijn vrijheid terug. Maar in principe vallen onze beperkingen nog wel mee. Kijk eens naar de landen om ons heen. Een Spaanse vriend vertelde me dat ze tijdens de grote lokdown niet naar buiten mochten, alleen essentieel beroepen in de dienstverlening en mensen die met hun handen werkten mochten naar hun werk. Hij werkt bij een bank. Zijn vrouw werkt ook op een kantoor en samen met hun 2 lieve dochters zaten ze vast in hun appartement. Kinderen mochten ook niet buiten spelen…school etc natuurlijk gesloten.

5 mei 2020 viering "75 jaar vrijheid" in Vledderveen

Om boodschappen te mogen doen moest je toestemming hebben etc… dus daar waren ze nog beperkter dan hier. 

Kijk naar de landen aan onze grenzen, heel wat strenger dan wij, maar wij  klagen erop los, demonstreren, lappen de regels aan onze laars, want we willen onze vrijheid terug… 

Vrijheid is voor mij vrij mogen denken, vrij mogen uitspreken zonder dat ik er voor opgepakt wordt. Het leven met de Corona regels is voor mij meer leven met beperkingen…ook ik hoop dat we snel weer afstand mogen doen van deze beperkingen. Maar het beperkt niet mij vrijheid, maar in mijn bewegingen. 

Voor vele zijn de beperkingen en nu beknotting van hun vrijheid. Ik moet zeggen dat ik de jeugd wel kan begrijpen. Ik had , toen ik zo oud was als hun, ook een drang om alles mee te willen maken. Geen tijd om iets te missen, rennen van het ene feestje naar het leuke andere. Dat is ze nu al meer dan een jaar ontzegd. Je zal maar net aan een studie begonnen zijn en online  je lessen moeten volgen…ik zou direct een probleem met mijn motivatie hebben,  Voor hen voelt het wel degelijk dat ze beperkt worden in hun vrijheden.

Vrijheid is dus lastig te definiëren, het zegt wat van je leeftijd en levensfase. Maar laten we vooral niet vergeten hoe we aan deze vrijheden komen, misschien wat minder mopperen en waarderen wat we hebben… vandaag herdenken we, morgen vieren we onze vrijheid.

Wat is voor jouw vrijheid?

Margriet

4 mei 2021

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑