Agressie in de zorg, van begrip naar grens

Agressie in de zorg neemt toe en gaat verder dan begrijpelijke emotie. Boosheid mag, maar bedreiging en intimidatie zijn grenzen die steeds vaker worden overschreden. Dit gedrag is aangeleerd: wie het hardst schreeuwt, krijgt vaak zijn zin. Het probleem ligt niet bij afkomst, maar bij veranderende normen, wantrouwen en een groeiend gevoel van “recht hebben op”. De zwijgende meerderheid laat te weinig van zich horen, waardoor negatief gedrag de toon zet. Oplossingen liggen in duidelijke grenzen, consequente handhaving en steun voor zorgverleners. Uiteindelijk vraagt het ook iets van ons allemaal: meer verantwoordelijkheid nemen voor hoe we met elkaar omgaan.

De posters hangen er. In wachtkamers, gangen en bij de ingang van het ziekenhuis…”Agressie wordt niet getolereerd.” Ook bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis kom je ze tegen. Duidelijk, zichtbaar, bijna geruststellend. Maar wie even verder kijkt of beter gezegd, luistert, hoort iets anders. Verhalen van verpleegkundigen die worden uitgescholden. Huisartsen die bedreigingen krijgen. Ambulancepersoneel dat niet veilig een patiënt kan bereiken. Thuiszorg medewerkers gaan alleen op pad en vallen soms te prooi aan agressie, vaak door familie.

De vraag is dus niet óf het gebeurt. De vraag is, waarom accepteren we het nog steeds?

Emotie is geen excuus voor agressie

Laten we één ding helder hebben .. zorg is emotie. Angst, pijn, onzekerheid, het hoort er allemaal bij. Wie naast een ziek kind zit of een ouder ziet aftakelen, zit niet rationeel te wachten op een behandelplan. Daar zit een mens. En die mag boos zijn.

Maar ergens zijn we een grens kwijtgeraakt. Want boos zijn is iets anders dan dreigen. Frustratie is iets anders dan intimideren. En onmacht is geen vrijbrief om een verpleegkundige in een hoek te drukken met zeven familieleden eromheen.

Wat daar gebeurt, is geen emotie meer. Dat is macht.

Het ‘korte lontje’ is geen natuurverschijnsel

We praten er vaak over alsof het weer is, “De maatschappij verhardt.” Alsof het ons overkomt. Maar dat is te makkelijk wat mij betreft. Wat we zien, is aangeleerd gedrag. Jarenlang hebben mensen ervaren dat wie het hardst schreeuwt, het meest gedaan krijgt. In de supermarkt, bij de gemeente, bij verzekeraars en ja, ook in de zorg. De les is simpel en gevaarlijk tegelijk.
Druk uitoefenen loont. En als dat eenmaal werkt, ga je een stap verder. Van boos praten naar schreeuwen. Van schreeuwen naar dreigen. En soms naar fysiek geweld.

Het probleem zit niet waar we het zoeken

Het is verleidelijk om naar “de ander” te wijzen. Naar mensen met een andere achtergrond, een andere cultuur, een andere taal. Maar opvallend genoeg hoor je uit de praktijk vaak iets anders, dat respect juist daar vaak wél aanwezig is. Dus nee, dit is geen kwestie van afkomst.

Dit is een kwestie van normen en waarden. Van opvoeding. Van voorbeeldgedrag. Van een samenleving waarin “ik heb recht op” vaker klinkt dan “wat is redelijk?”. Ook van een groeiend gevoel van wantrouwen tegen instanties is een van de oorzaken. Tegen de overheid. Tegen de zorg. Wie denkt dat het systeem niet voor hem werkt, gaat het systeem bevechten. Soms letterlijk.

De zwijgende meerderheid is het echte probleem

De meeste mensen gedragen zich prima. Echt. Maar ze zeggen niets. Niet in de wachtkamer als iemand uit zijn dak gaat.
Niet online als zorgverleners worden weggezet als “lui” of “onverschillig”.
Niet in het dagelijks gesprek waarin steeds vaker wordt gesproken over “recht hebben op”. Ze zwijgen om zelf niet het slachtoffer te worden. En ondertussen bepalen de luidste stemmen het beeld en zwijgt de grote meerderheid om zelf geen slachtoffer te worden.

Dat is misschien wel het grootste probleem van allemaal. Ik heb “ recht op” versus “ Ik wil geen slachtoffer worden”.

Oplossingen zijn er maar ze vragen lef

We weten eigenlijk al best goed wat werkt. Kijk naar de huisartsenposten waar toegangscontrole is. Waar niet hele families mee naar binnen kunnen. Waar duidelijke regels zijn en die ook worden gehandhaafd. Niet daar niets gebeurd maar door duidelijkheid zijn er minder escalaties. Bij de huisartsenpost kan je ook niet zomaar naar binnen, of in een spreekkamer komen. (Dat is in een gewone huisartsenpraktijk of ziekenhuis wel anders.) Dat helpt. Niet omdat mensen ineens anders worden, maar omdat de omgeving grenzen stelt. Maar het gaat verder dan praktische maatregelen. Dit vraagt ook iets van ons als samenleving:

  • Duidelijke grenzen stellen
    Niet alleen met posters, maar met consequenties. Agressie moet altijd een gevolg hebben. Altijd.
  • Zorgverleners rugdekking geven
    Niet alleen in woorden, maar in beleid. Aangifte doen moet de norm zijn, niet de uitzondering.
  • Normaal gedrag weer benoemen
    Fatsoen is niet “ouderwets”. Het is de basis. En ja, dat mag je hardop zeggen.
  • De stilte doorbreken
    In de wachtkamer. Online. Thuis. Niet agressief, maar wel duidelijk, dit is niet oké.

En misschien de lastigste vraag

Zijn we bereid om iets van onszelf in te leveren? Want een samenleving waarin iedereen zijn recht opeist zonder naar de ander te kijken, wordt uiteindelijk een plek waar de sterkste wint. En in de zorg zou dat juist de plek moeten zijn waar de kwetsbaarste beschermd wordt.

Dus nee, agressie in de zorg is geen losstaand probleem. Het is een spiegel.

De vraag is alleen… durven we erin te kijken?


Wat vind jij?
Is dit vooral een probleem van individuen met een kort lontje, of zegt het iets fundamenteels over hoe wij als samenleving met elkaar omgaan? Ik zeer benieuwd naar je reactie

Margriet

April 2026

Help dokter…. Oehoe…ik ben hier!!

Ik ben alweer een week of vier opgenomen in het Elisabeth ziekenhuis. Over het algemeen ben ik zeer tevreden. Ze doen allemaal , nou ja bijna allemaal hun best. Ik word vertroeteld en  er word naar mij omgekeken. Ik kijk er naar uit om mijn adres eindelijk definitief te veranderen naar mijn thuisadres. Vanaf oktober ben ik een kleine 11,5 week niet thuis geweest. Ik heb er goede hoop op dat de oorzaak is gevonden én er mee afgerekend is.

 Maar gaat nu echt alles zo goed in het ziekenhuis of ben je als patiënt ook bang om niet aardig gevonden te worden? En wat gaat dan werkelijk goed en wat gaat wat minder? Zijn er verbeterpunten etc?  

Gisteren ontving ik een enquête van de Raad van Bestuur over hoe tevreden ik was. Laat je je dan leiden door je positieve ervaring of laat je je leiden door wat minder gaat, of door een incident? Het zit in mijn aard om naar de positiviteit  te kijken dus laat ik me daardoor leiden. Tijdens het invullen bedacht ik mij dat ik een verkeerd signaal afgeef. Alleen maar zeggen dat alles koek en ei is en geen negatieve ervaring erbij zetten is niet handig. Immers wil je dat er dingen verbeteren. Gelukkig was er een tekstveld waarin ik het kwijt kon..

Maar wat ging dan niet goed, vraag jij je af. Wat ik erg lastig vind in dit ziekenhuis is dat er een ander beleid is betreffende de zaalartsen. Wekelijks krijg je een andere zaalarts. En soms zelfs 2 verschillende in de week. Enerzijds komt dit door het grote ziekte verzuim anderzijds heb ik begrepen dat dit het beleid is. In het Tweesteden had je meestal voor een langere tijd een zaalarts. Daar bouwde je dan een relatie mee op en het vertrouwen groeide daar ook mee. De afgelopen weken kreeg ik telkens een ander en leek het dat de gemaakte afspraken van de voorganger  niet meer te tellen.  Het geeft je niet het gevoel van een consequent beleid. 

Eindelijk zou ik 2 weken achtereen dezelfde zaalarts krijgen wordt hij geveld door COVID. Dat was dus voor hem maar ook voor mij vette pech. Er meldde een aardige zaalarts die me al eerder had gezien. Er werden weer afspraken gemaakt. Ik was nog erg ziek en zeer benauwd en zat ook wel in een klaagmodus, mijn koek was ver op. De dag erop meldde zich een andere zaalarts, hij zei zijn naam niet, zette pardoes een streep door de gemaakte  afspraken  en zei alles door te schuiven naar morgen en overmorgen en toen ik met hem in gesprek wilde liep hij weg en zei… ”ik heb nog meer patiënten”.

Ik voelde me zo niet gezien, niet gehoord. Het gaf me een ellendig gevoel… het was een stap in de verleden tijd waar de arts , zonder overleg, voor de patiënt bepaald. Hij zal het ongetwijfeld te druk hebben gehad, extra patiënten toegewezen gekregen hebben door het hoge ziekte verzuim, maar dan nog….

Ik realiseer me dat het gevoel niet gezien of gehoord te worden voor mij een soort messteek is. Ikzelf wil graag mee beslissen, overleggen en als men mij iets goed uitlegt kan ik daar een keuze in maken. Het gaat over mij… niet over de buurman of buurvrouw. Die kans werd me ontnomen. Waarschijnlijk wordt of is dit een goede arts maar niet erg communicatief vaardig. De opleidingen van tegenwoordig zijn niet alleen maar gericht op de medische diagnostische kant maar is communiceren een heel belangrijk item geworden. Ook het ETZ als opleidingsziekenhuis wil dat dit naar buiten brengen, is daar fier op. Helaas schiet er wel eens iets door de mazen heen.

Het lijkt mij trouwens voor een zaalarts ook veel prettiger om een patiënt een langere tijd te begeleiden. Ze kunnen, denk ik, daar dan veel van leren. Het leren kennen van patiënt , wie is het, hoe staat hij/zij in het leven, moet hij hij/zij gestimuleerd worden of juist wat afgeremd etc. Heeft de patiënt zicht op zijn/haar ziekteproces of vindt hij/zij het prima dat de dokter de leidende rol neemt? Zoveel mensen zoveel wensen.

Voor de patiënt heeft het ook veel voordelen. Je eigen behandelaar zie je tijdens de opname vaak niet, er is een ander behandelteam. Je moet daar weer opnieuw een relatie mee opbouwen, kijken hoe je op elkaar reageert, en vooral hoe duidelijk ben je met je signalen etc. Samen werk je dan aan een vertrouwensband waarin ook het bespreken van wat lastigere onderwerpen je makkelijker afgaat. Eigenlijk een win/win situatie.

Helaas is de zaalarts die weggelopen is nooit meer hier geweest. Voor hem was het schijnbaar niet zo belangrijk, voor mij juist wel. Ik zou trouwens ook niet willen verzanden in een welles nietes spelletje. Maar zou zo graag vertellen wat het met je doet als je zo behandeld wordt.

Hoe je het ook draait of keert, als patiënt heb je vaak de onderdanige rol. Regie houden in een ziekenhuis is haast onmogelijk. Meedenken en meebeslissen gaat tot een bepaalde hoogte. Maar ik probeer met alle kracht wel invloed te hebben, op basis van argumenten. Ik ga echt niet schreeuwen of ruzie maken. Dat ligt totaal niet in mijn aard. Nee ik wil gehoord en gezien worden…

In het negatieve voorval was het niet help de dokter verzuipt maar meer help de patiënt verzuipt.

Ik hoop oprecht dat deze blog mensen aanzet na te denken over dit onderwerp en degene die invloed hebben zou het misschien kunnen gebruiken om het beleid te veranderen naar een win/win situatie… of ben ik nu een negatieve zeurkous? Ik hoor het graag.

Margriet

1 februari 2022

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑