De patiënt als projectmanager

Twaalf jaar geleden kreeg ik te horen dat mijn leven waarschijnlijk binnen anderhalf jaar voorbij zou zijn. Dat is zo’n boodschap die je wereld stilzet. Uiteindelijk veranderde de diagnose na een operatie. Van de mensen met deze ziekte leeft nog maar een klein percentage na vijf jaar. De meeste mensen halen de eerste twee jaar niet eens.

En toch zit ik hier, twaalf jaar later.

Dat maakt mij inmiddels niet alleen chronisch ziek, maar ook een ervaren ervaringsdeskundige. Niet alleen in ziek zijn, maar vooral in het overleven van het moderne zorgsysteem.

Want laten we eerlijk zijn, patiënt zijn is tegenwoordig bijna een fulltime baan geworden.

Voor alles is een app. Een app van het ziekenhuis. Een app van de huisarts. Een app van de apotheek. Een app van de fysiotherapeut. Een app Voor de thuiszorg. En waarschijnlijk vergeet ik er nog een paar. Mijn telefoon lijkt inmiddels meer op

een digitaal zorgloket dan op een telefoon.

En telkens hoor je dezelfde zin:

“Dat maakt het allemaal makkelijker.”

Maar voor wie precies?

Voor iedere afspraak moet je eerst weer ergens inloggen. Wachtwoord vergeten. Verificatiecode aanvragen. DigiD erbij. Nog een app downloaden. En voordat je eindelijk hebt gevonden waar je moet zijn, ben je al moe voordat het consult überhaupt begonnen is.

En dan zijn daar de vragenlijsten.

Die moet je meestal invullen vóór je afspraak. Soms krijg je zelfs letterlijk de melding; als u de vragenlijst niet invult, kan het zijn dat u niet geholpen wordt.

Dat voelt niet als service. Dat voelt als druk. En wat misschien nog wel erger is, het zijn vaak steeds dezelfde vragen. Iedere keer opnieuw. Alsof niemand ooit iets bewaart. Maar onder het mom van even kijken of alles nog klopt? Hoe gaat het met u? Gebruikt u medicijnen? Rookt u? Drinkt u alcohol? Wat is uw beroep? Wat was uw beroep? Wat is uw hoogste opleiding?

Dat laatste blijft me verbazen.

Waarom wil de zorg weten of ik mbo, hbo of universiteit of geen opleiding heb gedaan? Krijg ik andere zorg als ik moeilijke woorden begrijp? Wordt mijn behandeling beter als ik vroeger manager was in plaats van timmerman?

Zorg hoort toch zorg te zijn voor iedereen?

Maar daar begint het te wringen. Want steeds vaker krijg ik het gevoel dat we langzaam toegroeien naar een systeem waarin je vooral moet kunnen meekomen. Digitaal vaardig zijn. Begrijpend kunnen lezen. De weg kennen in apps, portalen en wachtwoorden.

De zorg lijkt steeds meer een instrument te worden. Een systeem van processen, vinkjes, protocollen en digitale routes. Alles moet meetbaar, efficiënt en schaalbaar zijn. Maar ergens onderweg lijken we te vergeten dat zorg uiteindelijk gewoon om mensen draait. Om patiënten. Om iemand die ziek is, bang is, moe is of simpelweg hulp nodig heeft.

En wie dat niet kan?

Die raakt afhankelijk van anderen.

Kinderen die hun ouders moeten helpen omdat moeder niet meer weet hoe die app werkt. Zonen en dochters die vrij moeten nemen om mee te rijden naar een ziekenhuis omdat oma vergeten is hoe ze moet inloggen. Partners die samen aan de keukentafel zitten te worstelen met DigiD-codes, sms-controles en foutmeldingen.

Het gaat maar door. Het gaat maar door.

En ondertussen noemen we dat “zelfredzaamheid”.

Maar wat is daar zelfredzaam aan als half Nederland inmiddels afhankelijk is van kinderen, mantelzorgers, bibliotheken of vrijwilligers om nog toegang te krijgen tot de zorg?

Ga maar eens kijken bij een Digipunt in de bibliotheek. Daar zitten vrijwilligers mensen te helpen met inloggen, formulieren invullen en medische gegevens openen. Vaak met de beste bedoelingen, daar ligt het niet aan.

Maar privacy? Die verdwijnt ondertussen geruisloos tussen de boekenrekken.

Want als iemand jouw medische informatie moet voorlezen omdat jij het niet begrijpt of niet kunt zien of lezen, dan kun je wel roepen dat privacy belangrijk is, maar in de praktijk is die allang verdwenen.

En ondertussen blijft de zorgsector praten over inclusie. Over toegankelijkheid. Over iedereen moet mee kunnen doen.

Maar de werkelijkheid is dat we een systeem aan het bouwen zijn dat juist steeds meer mensen uitsluit.

Niet alleen ouderen. Ook jongeren hebben steeds vaker moeite met begrijpend lezen. Mensen die laaggeletterd zijn. Mensen die de taal niet goed beheersen. Mensen die ziek zijn en simpelweg de energie niet meer hebben om zich door al die digitale rompslomp heen te werken.

Voor hen is dit geen vooruitgang.

Voor hen is het een hindernisbaan.

Digitalisering op zichzelf is natuurlijk niet verkeerd. Voor veel mensen werkt het prima. Mensen die handig zijn met computers en apps ervaren gemak, snelheid en overzicht. Daar is ook niets mis mee.

Maar digitalisering ontslaat de zorg niet van de verantwoordelijkheid om toegankelijk te blijven voor mensen die daar niet mee om kunnen gaan.

Zorg mag nooit afhankelijk worden van hoe digitaal vaardig iemand is.

Want als iemand geen app begrijpt, geen DigiD heeft of moeite heeft met lezen, dan mag de conclusie nooit zijn, dan maar geen zorg.

Natuurlijk begrijp ik dat de zorg onder druk staat. Er zijn personeelstekorten. De kosten lopen op. Dingen moeten slimmer georganiseerd worden.

Maar laten we wel eerlijk blijven over wat er nu gebeurt.

Steeds meer werk wordt verschoven van de zorgverlener naar de patiënt. Onder het label “efficiëntie”. Onder het label “innovatie”.

Terwijl heel veel patiënten daar helemaal niet op zitten te wachten.

En wat mij misschien nog wel het meest stoort, is de willekeur. Voor een afspraak mag soms niet eens vermeld worden waar je moet zijn, bij welke arts “vanwege de privacy”. Maar tegelijkertijd willen systemen wél weten welke opleiding je hebt gedaan, wat je beroep was en allerlei persoonlijke informatie die medisch nauwelijks relevant lijkt. Of bij een digi punt verdwijnt de privacy volledig!

Dan denk ik steeds vaker, waar zijn we eigenlijk mee bezig?

Voor wie wordt dit systeem gebouwd?

En belangrijker nog, wie blijft er straks nog over die hierin mee kan?

Want technologie hoort mensen te helpen.

Niet mensen buiten te sluiten. Laten we de zorg weer normaliseren en toegankelijk houden

Margriet

Mei 2026

Agressie in de zorg, van begrip naar grens

Agressie in de zorg neemt toe en gaat verder dan begrijpelijke emotie. Boosheid mag, maar bedreiging en intimidatie zijn grenzen die steeds vaker worden overschreden. Dit gedrag is aangeleerd: wie het hardst schreeuwt, krijgt vaak zijn zin. Het probleem ligt niet bij afkomst, maar bij veranderende normen, wantrouwen en een groeiend gevoel van “recht hebben op”. De zwijgende meerderheid laat te weinig van zich horen, waardoor negatief gedrag de toon zet. Oplossingen liggen in duidelijke grenzen, consequente handhaving en steun voor zorgverleners. Uiteindelijk vraagt het ook iets van ons allemaal: meer verantwoordelijkheid nemen voor hoe we met elkaar omgaan.

De posters hangen er. In wachtkamers, gangen en bij de ingang van het ziekenhuis…”Agressie wordt niet getolereerd.” Ook bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis kom je ze tegen. Duidelijk, zichtbaar, bijna geruststellend. Maar wie even verder kijkt of beter gezegd, luistert, hoort iets anders. Verhalen van verpleegkundigen die worden uitgescholden. Huisartsen die bedreigingen krijgen. Ambulancepersoneel dat niet veilig een patiënt kan bereiken. Thuiszorg medewerkers gaan alleen op pad en vallen soms te prooi aan agressie, vaak door familie.

De vraag is dus niet óf het gebeurt. De vraag is, waarom accepteren we het nog steeds?

Emotie is geen excuus voor agressie

Laten we één ding helder hebben .. zorg is emotie. Angst, pijn, onzekerheid, het hoort er allemaal bij. Wie naast een ziek kind zit of een ouder ziet aftakelen, zit niet rationeel te wachten op een behandelplan. Daar zit een mens. En die mag boos zijn.

Maar ergens zijn we een grens kwijtgeraakt. Want boos zijn is iets anders dan dreigen. Frustratie is iets anders dan intimideren. En onmacht is geen vrijbrief om een verpleegkundige in een hoek te drukken met zeven familieleden eromheen.

Wat daar gebeurt, is geen emotie meer. Dat is macht.

Het ‘korte lontje’ is geen natuurverschijnsel

We praten er vaak over alsof het weer is, “De maatschappij verhardt.” Alsof het ons overkomt. Maar dat is te makkelijk wat mij betreft. Wat we zien, is aangeleerd gedrag. Jarenlang hebben mensen ervaren dat wie het hardst schreeuwt, het meest gedaan krijgt. In de supermarkt, bij de gemeente, bij verzekeraars en ja, ook in de zorg. De les is simpel en gevaarlijk tegelijk.
Druk uitoefenen loont. En als dat eenmaal werkt, ga je een stap verder. Van boos praten naar schreeuwen. Van schreeuwen naar dreigen. En soms naar fysiek geweld.

Het probleem zit niet waar we het zoeken

Het is verleidelijk om naar “de ander” te wijzen. Naar mensen met een andere achtergrond, een andere cultuur, een andere taal. Maar opvallend genoeg hoor je uit de praktijk vaak iets anders, dat respect juist daar vaak wél aanwezig is. Dus nee, dit is geen kwestie van afkomst.

Dit is een kwestie van normen en waarden. Van opvoeding. Van voorbeeldgedrag. Van een samenleving waarin “ik heb recht op” vaker klinkt dan “wat is redelijk?”. Ook van een groeiend gevoel van wantrouwen tegen instanties is een van de oorzaken. Tegen de overheid. Tegen de zorg. Wie denkt dat het systeem niet voor hem werkt, gaat het systeem bevechten. Soms letterlijk.

De zwijgende meerderheid is het echte probleem

De meeste mensen gedragen zich prima. Echt. Maar ze zeggen niets. Niet in de wachtkamer als iemand uit zijn dak gaat.
Niet online als zorgverleners worden weggezet als “lui” of “onverschillig”.
Niet in het dagelijks gesprek waarin steeds vaker wordt gesproken over “recht hebben op”. Ze zwijgen om zelf niet het slachtoffer te worden. En ondertussen bepalen de luidste stemmen het beeld en zwijgt de grote meerderheid om zelf geen slachtoffer te worden.

Dat is misschien wel het grootste probleem van allemaal. Ik heb “ recht op” versus “ Ik wil geen slachtoffer worden”.

Oplossingen zijn er maar ze vragen lef

We weten eigenlijk al best goed wat werkt. Kijk naar de huisartsenposten waar toegangscontrole is. Waar niet hele families mee naar binnen kunnen. Waar duidelijke regels zijn en die ook worden gehandhaafd. Niet daar niets gebeurd maar door duidelijkheid zijn er minder escalaties. Bij de huisartsenpost kan je ook niet zomaar naar binnen, of in een spreekkamer komen. (Dat is in een gewone huisartsenpraktijk of ziekenhuis wel anders.) Dat helpt. Niet omdat mensen ineens anders worden, maar omdat de omgeving grenzen stelt. Maar het gaat verder dan praktische maatregelen. Dit vraagt ook iets van ons als samenleving:

  • Duidelijke grenzen stellen
    Niet alleen met posters, maar met consequenties. Agressie moet altijd een gevolg hebben. Altijd.
  • Zorgverleners rugdekking geven
    Niet alleen in woorden, maar in beleid. Aangifte doen moet de norm zijn, niet de uitzondering.
  • Normaal gedrag weer benoemen
    Fatsoen is niet “ouderwets”. Het is de basis. En ja, dat mag je hardop zeggen.
  • De stilte doorbreken
    In de wachtkamer. Online. Thuis. Niet agressief, maar wel duidelijk, dit is niet oké.

En misschien de lastigste vraag

Zijn we bereid om iets van onszelf in te leveren? Want een samenleving waarin iedereen zijn recht opeist zonder naar de ander te kijken, wordt uiteindelijk een plek waar de sterkste wint. En in de zorg zou dat juist de plek moeten zijn waar de kwetsbaarste beschermd wordt.

Dus nee, agressie in de zorg is geen losstaand probleem. Het is een spiegel.

De vraag is alleen… durven we erin te kijken?


Wat vind jij?
Is dit vooral een probleem van individuen met een kort lontje, of zegt het iets fundamenteels over hoe wij als samenleving met elkaar omgaan? Ik zeer benieuwd naar je reactie

Margriet

April 2026

De zorg in de knel?

Afgelopen week mocht ik op een MBO opleiding als ervaringsdeskundige komen vertellen over onder andere de ziekte van Addison (googelen). De groep was er die dag voor het laatst, de meeste hadden hun opdrachten afgerond en zitten nu te wachten op hun diploma. Ik vind het leuk om te doen. Een soort win-win situatie. Ik leer van hun, en hopelijk ook zij van mij. Ik werk ook graag samen met AVANS en lever daar ook graag mijn bijdrage als ervaringsdeskundige. Kan dan wel niets meer beteken voor de arbeidsmarkt (bijna met pensioen maar ook al 8 jaar in de WIA) ik kan me nog wél nuttig maken. Immers ben ik lichamelijk ziek en niet in mijn hoofd. Dus blijf ik op diverse fronten als vrijwilliger actief. Tegenwoordig wel veel zorg georiënteerd. En die staan voor een enorme uitdaging.

We horen overal dat er tekort aan arbeidskrachten is. Dit is natuurlijk niet alleen door Corona gekomen, 25 jaar geleden was het al heel duidelijk dat de arbeidspiramide zou omdraaien, steeds minder mensen werken en een steeds grotere groep senioren leven langer. Toen werd er nog ingezet dat robots van alles zou overnemen maar dat is niet helemaal uitgekomen.

Nu spelen er natuurlijk nog veel meer factoren, bijvoorbeeld is de zorg zwaar overbelast en haken steeds meer mensen af en zoeken een andere uitdaging. Financieel is het ook nog steeds niet erg in orde met de salarissen. Tja zeggen we dan…we moeten de zorg betaalbaar houden. Laatst hoorde ik (ben tegenwoordig lid van de cliëntenraad van het ETZ) de mogelijke plannen voor de toekomst. Hoe hou je de zorg betaalbaar, hoe zorg je voor voldoende bekwaam personeel etc. En van alles wat er speelt word je niet echt vrolijk. Allerlei instanties op plaatselijk regionaal en landelijk niveau denken na over “ hoe hou je de zorg betaalbaar”. Ik hoor allerlei scenario’s voorbij komen, zelden hoor ik daarbij dat onze handen aan bed beter beloond zouden moeten worden… We hebben wat afgeklapt in de eerste corona golf om ze vervolgens weer uit te foeteren omdat er regels kwamen voor bezoek etc. En daar zit voor mij dan ook één van de uitdagingen. We kunnen zeker van alles bedenken om de zorg betaalbaar te houden, maar dan mogen we óók verwachten dat de gebruiker zelf ook een aanpassing ondergaat.

  • Een patiënt wil het ziekenhuis niet verlaten omdat de thuiszorg pas in de vroege middag kans ziet haar te wassen. (Uiteraard ging het ziekenhuis niet op haar eis in)
  • Patiënt eist van de fysiotherapeut wat massage want ze heeft nog recht op 4 behandelingen. Aanleiding of klacht zijn er niet (fysiotherapeut laat haar hard sporten in de oefenruimte patiënt komt niet meer terug )
  • Thuisverpleging wil de inzet afbouwen omdat de patiënt in staat is om zelf dit over te nemen. Familie vinden dit niet nodig en eisen voortzetting van de zorg.
  • Thuisverpleging adviseert een ergotherapeut in te zetten zodat de patiënt zelfstandiger wordt en minder zorg nodig heeft, patiënt geeft aan daar niet aan mee te willen werken.
  • Op de SEH staat een man te gillen omdat zijn vrouw NU geholpen moet worden, mevrouw heeft haar pols gebroken. Personeel geeft aan dat er momenteel ernstige zieken eerst zorg nodig hebben, de beveiliging moet ingrijpen
  • Man in wachtkamer wordt naar zijn idee te laat geholpen en dreigt van alles…

En zo kunnen we doorgaan. Ik hoor het ook vaak terug van de gemeente waar de WMO, Jeugdzorg etc onder valt. “ ik heb recht op…….” Maar ook daar zijn personeelstekorten.(niet alleen bij de gemeente maar ook bij de uitvoeringsinstanties)  Bij de verandering van de eigen bijdrage van afhankelijk van je vermogen naar 19.00 per maand werd er een enorm beroep gedaan op de thuishulpen… ik heb er namelijk recht op. Mensen adviseren elkaar het huis niet te te stoffen en alles erger te maken zodat er wél hulp moet komen . Je zou de beoordelaar maar zijn…

Ik ben van mening dat als je werkelijk wat nodig hebt we zeker moeten kijken hoe het geregeld kan worden met professionals en andere mogelijkheden, maar ook dat degene die hulp vraagt beseft dat het geen recht is. Je hebt ook recht op een blindendarm operatie of als je huis afbrand dat de verzekering je helpt… maar dan ga je toch niet je huis in de fik steken?

Dus, we moeten niet alleen inzetten op allerlei ideeën om de zorg betaalbaar te houden, we mogen ook veranderd gedrag zien van de gebruiker. Het mag niet zo zijn dat degene die het hardst gilt en dreigt het meeste krijgt en daar gaan we langzamerhand steeds meer naar toe.

Ik merk dat ik nog steeds van eerlijkheid duurt het langst ben, maar weet ook dat dit helaas niet meer waar is. Ik ben ook nog steeds van communiceren met elkaar en dat dreigen en al het andere geen goed idee is. Toch krijgt de dreiger en de schreeuwer meer en meer wat hij of zij wil hebben. Als we dat willen veranderen moeten we toch echt aan de bak. Elkaar proberen aan te spreken of net als ik aan de bel trekken in de hoop dat een ander dit ook naar buiten brengt. Je mag deze blog dan ook zeker delen. Laten we een maatschappij maken waar normaal gedrag beloond wordt en agressief en asociaal gedrag niet getolereerd wordt…waar gezond verstand en begrip boven “ ik heb recht op…”

Ik heb gesproken

Margriet

23 juni 2021

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑