Het grote misverstand over participatie

Participatie. We hebben het er voortdurend over. Maar waar hébben we het eigenlijk over?

Het woord participatie hoor je tegenwoordig overal in de zorg. Patiëntenparticipatie. Burgerparticipatie. Samen beslissen. Cliëntenparticipatie. Alsof we allemaal precies weten wat ermee bedoeld wordt.

Maar is dat wel zo? Ik begin daar steeds meer aan te twijfelen.

Want wat is participatie eigenlijk? Is dat een patiënt die samen met een arts beslist over een behandeling? Is dat een cliëntenraad die een beleidsstuk mag lezen als het eigenlijk al af is? Is dat een mantelzorger die steeds meer taken overneemt omdat er te weinig personeel is? Of is het een groep patiënten met dezelfde aandoening die samen de zorg probeert te verbeteren?

We gebruiken één woord voor heel verschillende situaties. En misschien is dát wel het grootste probleem. Participatie is een containerbegrip geworden.

Misschien plakken we het woord inmiddels op alles waar een patiënt of naaste bij betrokken is. Een mantelzorger die helpt op de afdeling. Is dat participatie? Of is dat vooral een praktische oplossing voor personeelstekorten? We noemen het participatie, maar misschien verschuiven we ongemerkt verantwoordelijkheden zonder dat we het daar eerlijk over hebben.

Hetzelfde geldt voor samen beslissen. Natuurlijk zijn er situaties waarin verschillende behandelopties bestaan en de voorkeur van de patiënt zwaar meeweegt. Maar er zijn ook situaties waarin de medische kennis van de arts eenvoudigweg leidend is.

Als een timmerman bij mij thuis een deur komt afhangen, ga ik hem ook niet vertellen hoe hij de scharnieren moet plaatsen. Ik verwacht vakmanschap. Bij een arts is dat niet anders. Ik wil goed geïnformeerd worden. Ik wil begrijpen waarom een bepaalde behandeling wordt geadviseerd. Ik wil dat mijn persoonlijke situatie wordt meegenomen. Maar ik verwacht óók dat de arts zijn deskundigheid gebruikt.

Participatie betekent dus niet automatisch dat patiënt en arts allebei voor de helft beslissen.

~ De arts brengt medische expertise mee.

~ De patiënt brengt kennis mee over zijn eigen leven.

Juist die twee vormen van kennis vullen elkaar aan.

Dr. Google en AI zijn geen vervanging voor jarenlange opleiding en ervaring. Daarom is het gesprek zo belangrijk. Niet omdat de patiënt de arts moet vervangen, maar omdat de arts zonder de patiënt nooit het hele verhaal kent.

Participatie begint niet met gelijk hebben.

Participatie begint met gelijkwaardig gehoord worden.

De cliëntenraad vertegenwoordigt niet “de patiënt”

Ik zit in een cliëntenraad. Vaak wordt gedaan alsof een cliëntenraad dé stem van alle patiënten is. Maar dat is helemaal niet zo. Wij zijn mensen met verschillende achtergronden, verschillende ervaringen en verschillende belangen. Zelf ben ik iemand die dagelijks leeft met ernstige chronische aandoeningen en beperkingen. Dat kleurt onvermijdelijk mijn blik op de zorg. Anderen kijken weer vanuit heel andere ervaringen. Juist die diversiteit maakt een cliëntenraad waardevol.

Maar tegelijkertijd betekent het dat wij nooit kunnen zeggen: “De patiënt wil…”

Want welke patiënt?

  • De jonge moeder?
  • De oncologische patiënt?
  • De oudere met meerdere aandoeningen?
  • De mantelzorger?
  • De chronisch zieke die al twintig jaar het ziekenhuis kent?

Die ene patiënt bestaat niet.

Misschien moeten wij als cliëntenraden daarom ook kritisch naar onszelf durven kijken. Hoe gemakkelijk zeggen we niet: “De cliëntenraad vindt…” Maar spreken we dan werkelijk namens de achterban? Of spreken we vanuit onze gezamenlijke ervaringen, overtuigingen en referentiekaders?

Dat is een belangrijk verschil.

Misschien zouden we vaker moeten zeggen: “Vanuit onze ervaringen denken wij…” Dat is eerlijker. Bescheidener ook. Want ook binnen een cliëntenraad bestaan verschillende opvattingen.

Juist als wij zelf niet scherp zijn op wie we vertegenwoordigen, wordt het moeilijk om van anderen te verwachten dat zij weten wat participatie eigenlijk betekent.

Gehoord worden is nog geen invloed hebben

Worden we als cliëntenraad gehoord?

Ja.

Hebben we invloed?

Dat is een andere vraag.

Onze cliëntenraad wordt serieus ontvangen. We mogen adviseren. We worden gehoord.Maar invloed is iets anders dan gehoord worden.

Te vaak krijgen we plannen die eigenlijk al klaar zijn. Formeel mogen we reageren. Soms verschuift er een detail. Een piketpaaltje iets naar links of iets naar rechts. Maar de fundamentele keuzes zijn dan al gemaakt.

Dat noem ik geen participatie.

Dat noem ik consultatie.

Echte participatie begint vóórdat het plan op papier staat.

Misschien luisteren we naar de verkeerde mensen

Wat mij verbaast, is dat we soms ingewikkelde participatiestructuren optuigen, terwijl de meest waardevolle informatie misschien al lang beschikbaar is.

Neem patiënten met dezelfde aandoening. Zij lopen vaak tegen dezelfde problemen aan.

Of neem de klachtenfunctionaris. Daar komen dagelijks signalen binnen over wat er misgaat.

Waarom gebruiken we die kennis niet veel systematischer?

Waarom vragen we niet structureel aan groepen patiënten waar zij steeds opnieuw tegenaan lopen?

En ja, er zijn spiegelgesprekken, digitale vragenlijsten en enquêtes.

Maar ook daar horen we vaak dezelfde groep: de digitaal vaardige, de mondeling sterke, de mondige patiënt.

Juist de mensen voor wie de zorg misschien het ingewikkeldst is, horen we vaak het minst of helemaal niet..

Misschien moeten we eerst stoppen met het woord participatie

Misschien moeten we ophouden met doen alsof participatie één begrip is. Want zolang iedereen iets anders bedoelt, praten we langs elkaar heen.

De arts denkt aan samen beslissen.

De bestuurder denkt aan een cliëntenraad.

De gemeente denkt aan een informatieavond.

De patiënt denkt aan eindelijk serieus genomen worden.

En allemaal noemen we dat participatie.

Misschien moeten we veel concreter worden.

Gaat het over meedenken?

Meepraten?

Meebeslissen?

Mede vormgeven?

Dat zijn vier totaal verschillende dingen.

Mijn oproep

Laten we stoppen met het afvinken van participatie. Laten we beginnen met eerlijk benoemen hoeveel invloed patiënten daadwerkelijk hebben. Niet hoeveel bijeenkomsten er zijn geweest.Niet hoeveel adviezen zijn uitgebracht. Maar hoeveel besluiten beter zijn geworden doordat patiënten vanaf het begin hebben meegedacht.

Participatie is geen doel op zich. Het is een middel om betere zorg te maken.

En als patiënten of cliëntenraden uiteindelijk alleen mogen reageren op plannen die al af zijn, dan moeten we misschien de moed hebben om dat geen participatie meer te noemen.Het grootste misverstand is misschien niet dat participatie slecht is. Het grootste misverstand is dat we denken dat we allemaal hetzelfde bedoelen. Dat doen we niet.

En zolang we dat niet erkennen, kan iedereen zeggen dat hij aan participatie doet, zonder eerst de vraag te beantwoorden:

Waar hebben we het eigenlijk over?

En hoeveel invloed hebben patiënten, naasten en cliëntenraden nu écht?

Margriet

5 juli 2026

Meer dan een excuus

Vandaag keek ik naar de onthulling van een monument ter gelegenheid van 75 jaar Molukkers in Nederland. Ik moet eerlijk zijn, ik heb me pas sinds kort echt verdiept in hun geschiedenis.

Natuurlijk wist ik dat er Molukse gezinnen in Waalwijk woonden. Ik groeide op met hen in de buurt. Ik vond ze als kind interessant. Ze zagen er anders uit, hadden andere gewoontes, een andere cultuur. Maar verder wist ik eigenlijk weinig van hun achtergrond.

Mijn beeld van de Molukse gemeenschap werd, zoals bij veel Nederlanders van mijn generatie, vooral bepaald door de treinkapingen en de gijzeling van De Punt. Die beelden stonden wekenlang op televisie. De hele dag keek Nederland naar een stilstaande trein en wachtte op nieuws. Het maakte diepe indruk.

Maar de geschiedenis daarachter kende ik nauwelijks.

Pas veel later begon ik te begrijpen wat er voorafging aan die wanhoopsdaden. Hoe Molukse KNIL-militairen naar Nederland werden gebracht met de boodschap dat hun verblijf tijdelijk zou zijn. Hoe zij geloofden dat ze zouden terugkeren naar een vrije Republiek der Zuid-Molukken. Hoe ze bij aankomst hun ontslagbrief in handen kregen gedrukt. Van de ene op de andere dag waren ze geen militair meer. Geen held. Geen toekomst. Geen thuis.

Ze werden ondergebracht in voormalige kampen en barakken. Tijdelijk, zo werd gezegd. Dat tijdelijke verblijf duurt inmiddels 75 jaar. In veel gezinnen heeft dat diepe sporen achtergelaten. Niet alleen bij de eerste generatie, maar ook bij hun kinderen en kleinkinderen. Trauma’s verdwijnen niet vanzelf. Teleurstelling, verlies van identiteit en onverwerkt verdriet worden vaak doorgegeven aan volgende generaties.

Tijdens de bijeenkomst hoorde ik excuses namens de Nederlandse overheid door Rob Jetten. Ik vond het oprecht overkomen, en ook duidelijk dat het maar een begin is, er is wat in te lossen. Meteen zag ik op sociale media de voorspelbare reacties verschijnen.

Monument op de kade

“Dat gaat zeker weer geld kosten.”

“Waarom zouden wij excuses moeten aanbieden voor iets wat wij niet hebben gedaan?”

En ergens begrijp ik die reactie wel. Niemand van ons persoonlijk heeft die beslissingen genomen. Niemand van ons heeft die mensen destijds naar Nederland gehaald of in de steek gelaten. Maar excuses gaan niet altijd over persoonlijke schuld. Excuses kunnen ook gaan over erkenning. Erkenning dat de overheid fouten heeft gemaakt. Erkenning dat mensen onrecht is aangedaan. Erkenning dat een hoofdstuk uit onze geschiedenis te lang is genegeerd of versimpeld.

Dat betekent niet automatisch dat alles met geld opgelost moet worden. Sterker nog, ik vermoed dat veel Molukse Nederlanders liever zien dat hun geschiedenis eindelijk een vaste plek krijgt in onze geschiedenisboeken. Dat vrijheidsstrijders terug gaan naar hun weduwe, dat de weduwe die nog leven per direct een pensioen krijgen die hun afgenomen is. Dat kinderen op school leren waarom die KNIL-militairen naar Nederland kwamen. Waarom zoveel Molukse gezinnen zich verraden voelden. Waarom de gebeurtenissen van de jaren zeventig niet uit het niets ontstonden.

Geschiedenis begrijpen betekent niet dat je alles goedkeurt.

Ik keur de kapingen niet goed. Mensenlevens in gevaar brengen is nooit de oplossing. Maar begrijpen waarom mensen tot wanhoop komen, is iets anders dan hun daden goedpraten. Misschien is dat precies wat we tegenwoordig te weinig doen, proberen te begrijpen.

We leven in een tijd waarin mensen achter een toetsenbord direct hun oordeel klaar hebben. Dezelfde stemmen die zich verzetten tegen erkenning voor Molukkers, zijn vaak ook de stemmen die zich richten tegen asielzoekers, moslims of andere minderheden. Alsof harder schreeuwen gelijk staat aan meer gelijk hebben.

Maar een samenleving wordt niet sterker van schreeuwen. Een samenleving wordt sterker van begrijpen.

Van luisteren.

Van erkennen.

Ook wanneer de waarheid ongemakkelijk is.

Nederland heeft veel om trots op te zijn. Maar onze geschiedenis bestaat niet alleen uit heldendaden. Er zijn ook bladzijden die pijn doen. Kolonialisme hoort daarbij. Beloften die niet zijn nagekomen horen daarbij. Het lot van de Molukse gemeenschap hoort daarbij.

Die geschiedenis kunnen we niet veranderen. Maar we kunnen haar wel onder ogen zien. En misschien begint recht doen aan het verleden niet met geld. Misschien begint het met iets veel eenvoudigers.

Door eindelijk te zeggen, wij zien wat er is gebeurd. Wij erkennen het. En wij zorgen ervoor dat het niet wordt vergeten. Ik zie, hoor en voel jullie!

Margriet

20 juni 2026

Een lintje voor de buurvrouw en haar kinderen…

Vrijdagavond zat ik in schouwburg De Leest, bij de jaarlijkse bijeenkomst voor gedecoreerden in Waalwijk. Altijd een bijzondere avond. Mensen die zich jarenlang hebben ingezet voor de samenleving, die zichtbaar en terecht (?)even in het zonnetje worden gezet. Voor mij ook een reünie van bekende mensen die ik dan weer eens zie.

Zelf kreeg ik in 2014 een lintje. De “laagste orde”, zeg ik er altijd maar een beetje luchtig bij. Maar eerlijk is eerlijk, het lintje zelf vond ik minder bijzonder dan het proces ernaartoe. Het idee dat iemand de moeite heeft genomen om alles op papier te zetten, om mijn inzet te onderbouwen, om te zeggen dit verdient erkenning. Dat maakt het bijzonder En toch… vrijdagavond zat ik daar met een lichte twijfel.

Wat opviel? Veel vitaal grijs. Veel mannen. En laten we het maar gewoon benoemen, een overwegend witte zaal. Natuurlijk waren er uitzonderingen, een vrouw van Antilliaanse afkomst, een man met een andere achtergrond, maar het bleef schaars. En toen dacht ik, wie zien we hier eigenlijk wél… en wie niet?

Want terwijl daar mensen in het zonnetje werden gezet en dat mag , laat dat duidelijk zijn moest ik denken aan mijn buurvrouw en haar kinderen

Zij doen geen “officieel” vrijwilligerswerk. Ze staat niet op lijsten, zit niet in besturen en vullen geen formulieren in of zitten in de politiek. Maar ze zorgen voor mensen die het nodig hebben. Koken maaltijden, delen boodschappen uit, houden een oogje in het zeil. Niet één keer, niet projectmatig, maar gewoon… altijd. Omdat ze vindt dat dat zo hoort.

Hun wereld is groter dan hun straat. “Buren” zijn voor hun geen huisnummers, maar mensen. Soms worden dat zelfs familie, zonder dat er bloedbanden aan te pas komen.

En ik weet bijna zeker, zij krijgen nooit een lintje.

Niet omdat ze het niet verdienen, integendeel. Maar omdat wat zij doen niet netjes past in de criteria. Geen officiële organisatie waarbij ze zijn geregistreerd. Het is te informeel, te vanzelfsprekend, te weinig vastgelegd. Geen jarenlange bestuursfunctie, geen raadslid etc en geen stapel bewijsstukken. Gewoon goed doen. Dag in, dag uit.

En toen dacht ik, misschien wringt daar iets.

Begrijp me goed , ik ben niet tegen lintjes , ik ken genoeg mensen die er trots op zijn. Waardering uitspreken is belangrijk. Mensen mogen gezien worden. Maar het systeem lijkt vooral ingericht op wat meetbaar is, jaren, functies, titels. Terwijl juist het onzichtbare werk het zorgen, het omkijken naar elkaar zo vaak buiten beeld blijft. Misschien is het tijd om daar anders naar te kijken.

Wat als we waardering dichterbij organiseren? In de buurt, in de straat. Dat mensen elkaar kunnen voordragen. Niet op basis van hoeveel jaar je ergens officieel vrijwilliger bent, maar op basis van wat je daadwerkelijk betekent voor anderen. Dat verhalen zwaarder wegen dan formulieren.

Ja, dat zou in het begin misschien een stormloop geven. Maar misschien is dat juist wel veelzeggend. Misschien laat dat zien hoeveel goedheid er al is, zonder dat we die echt benoemen.

En laten we eerlijk zijn de meeste mensen doen het vrijwilligerswerk niet voor een lintje. Die doen het voor een glimlach, een bedankje, een kind dat weer lacht, een buur die het nét redt. Je krijgt er iets voor terug wat niet op te spelden is, verbondenheid, warmte, soms zelfs liefde.

Misschien moeten we dát meer vieren.

Niet omdat de één beter is dan de ander, maar omdat het goede voorbeeld aanstekelijk werkt. Omdat het laat zien dat zorgen voor elkaar geen uitzondering hoeft te zijn, maar iets heel normaals. Onze burgemeester noemt vrijwilligers het bindweefsel van de samenleving. Ik neem aan dat ze daarmee ook het niet zichtbare vrijwilligerswerk bedoeld. Dat mensen die echt omkijken naar elkaar daar ook bij horen.

Dus ja, misschien is het een gek idee. Maar als ik mocht kiezen?

Dan gaf ik morgen een lintje aan mijn buurvrouw en haar kinderen….
Gewoon, bij de voordeur. Zonder protocol met een extra mooie bos bloemen en een dikke kus!

En ik weet zeker, ze zouden zeggen dat het nergens voor nodig was. Maar voor mij maakt het een wereld van verschil.

Margriet

April 2026

Stop met denken in “wij en zij”, denk in ONS

Terwijl ik dit schrijf, kijk ik op televisie naar de Holocaustherdenking. Ik zie het verdriet. De breekbaarheid. De angst die mensen toen hebben gevoeld en die voor sommigen nooit helemaal is verdwenen. Mensen die werden vervolgd om wie ze waren. Zonder recht. Zonder bescherming. Ontmenselijkt, stap voor stap. Sinti’s, Roma’s, Homo’s, Joden etc. vervolgd en vermoord omdat iemand bedacht had dat zij een gevaar waren, of er niet bij hoorden…..

En terwijl die beelden voorbij komen, zie ik op hetzelfde moment wat er nu gebeurt in Amerika. In Minneapolis is onrust uitgebroken na de dood van Alex Pretti, een verpleegkundige die door federale immigratieagenten werd doodgeschoten. Protesten, afgelaste sportwedstrijden en concerten, woede en wantrouwen. Het laat zien wat er gebeurt als een overheid groepen mensen tot probleem verklaart en hard optreedt, zonder ruimte voor menselijkheid of nuance. Zonder recht.

Wat mij raakt en eerlijk gezegd ook bang maakt, is hoe dichtbij dit voelt. Alsof het verleden niet ver weg is, maar naast ons staat. Want ook in Nederland zie ik hoe polarisatie steeds normaler wordt. Hoe mensen weer worden weggezet als gevaar, als minderwaardig, als “de ander”. Hoe woorden worden gebruikt als wapens. Hoe er gedacht in “wij en zij”. De woningnood komt door asielzoekers, Moslims zijn een gevaar, mensen moeten terug naar eigen land terwijl ze hier geboren zijn, geen nuance… voor mij is het domheid! Nog geen ICE hier, maar wel mensen met hetzelfde gedachtengoed…en dat is al zeer bedreigend. Alles wat niet goed gaat of waarvan men denkt dat dit niet in hun straatje past komt door “zij”

Politiek draagt daar een enorme verantwoordelijkheid in en die wordt te vaak niet genomen. Wanneer iemand als bijvoorbeeld Geert Wilders ( en helaas zijn er veel meer) blijft roepen dat Moslims slecht zijn, dan wordt een hele groep mensen gereduceerd tot één karikatuur. Terwijl ik denk en weet dat de meeste Moslims gewoon goede mensen zijn. Net zoals de meeste Katholieken goede mensen zijn. Net zoals de meeste mensen zonder geloof goede mensen zijn. In elke groep zitten rotte appels, maar die bepalen nooit het geheel.

Toch doen we alsof dat wel zo is. Alsof “zij” het probleem zijn en “wij” het slachtoffer. Alsof verdeeldheid een oplossing is. Terwijl de geschiedenis pijnlijk duidelijk, vandaag nog herdacht ons leert waar dat toe kan leiden. Op de televisie wordt het lied gezongen “ ik wil niet bang zijn” van Maarten Peters, samen gezongen met een kind Jedidja Loonstein. Helaas kan ik dit indrukwekkend lied met Jedidja niet vinden maar hier het origineel https://youtu.be/wdPk0R2KRzw

Wat ik zie in de ogen van overlevenden van de Holocaust en hun nazaten, is niet alleen verdriet om wat was, maar ook angst voor wat kan terugkomen. Voor het moment waarop mensen opnieuw tegenover elkaar worden gezet. Waarop haat weer wordt genormaliseerd. Waarop medemenselijkheid plaatsmaakt voor slogans.

Ik blijf mij daartegen uitspreken. Tegen het denken in wij versus zij. Tegen het vergiftigen van het publieke debat. Tegen politiek die verdeelt in plaats van verbindt.

Laten we stoppen met elkaar etiketten opplakken.

Laten we stoppen met groepen wegzetten.

Laten we beginnen met denken in ons.

Niet omdat we het altijd eens moeten zijn maar omdat samenleven vraagt om geven en nemen, om luisteren, om samenwerken aan de best mogelijke toekomst voor iedereen. Daar zou de politiek op moeten investeren! Dat zou de mensheid juist goed doen. Elkander wegzetten als ongeloofwaardig, woke etc is het toppunt van “domheid” . We hebben elkaar nodig. Nederland die juist zo goed was in het zoeken naar de middenweg, elkaar overtuigen in discussie maar ook accepteren dat een ander een goed punt heeft, is geworden tot “ wij en zij” zonder argumenten, oneliners , in de overtuiging dat er maar één waarheid is

De herdenking op televisie is geen geschiedenisles.

Het is een waarschuwing.

En die moeten we serieus nemen.

Margriet

Januari 2026

Democratie? participatie?

Soms zie ik door het bomen het bos niet meer. zeker als het gaat om (semi)overheid die contact wil met de burger of zoals men populair zegt de kloof wil dichten. Ik moet eerlijk zeggen dat zowel op landelijk als gemeentelijk niveau ik niet echt blij wordt hoe de individuen in de politieke sector met elkaar omgaan. Dat ze een voorbeeld functie hebben en zo ook met hun gedrag de samenleving beïnvloeden lijkt ze niet te deren. Vraag me überhaupt af of ze er zijn voor hun achterban of voor zichzelf. Je moet een (bij)baantje in de raad of kamer en regering toch echt ambiëren. Lijkt mij dat het zelfs leuk moet zijn om je motivatie vast te houden. Maar ik zie juist politici die verzuurd zijn, grof in de mond en beledigend naar elkaar toe. Afgelopen week keek ik WNL op zondag een verkiezingsdebat. Moet zeggen dat GL en CDA nog enigszins genuanceerd en correct gedrag vertoonde, dat kon ik van vele andere niet zeggen. Zeker Ja21 en de PVV waren ronduit onbeschoft en bezig hun gram te halen. De een was bozig de ander hautain.

Ook in de raad van Waalwijk zie ik dat gedrag. Sommige blijven correct alhoewel ze soms zich laten verleiden. Maar er zijn er bij die, via de burgemeester, gewoon beledigend zijn. Er wordt gesproken dat de coalitie geld verkwanseld en niet aan de achterban denkt, terwijl men zelf schriftelijke vragen stelt waardoor zeker1 of 2 ambtenaren aan het werk gehouden worden, hoezo is dat geen gemeenschapsgeld? Het schijnt dat de raad al langere tijd probeert het tij te keren en zoals een van de raadsleden zei, spreek me er niet van ik heb er de broek van vol. Dus wat hem betreft hoeft het niet meer. Nu heb ik altijd geleerd dat het de toon is die de muziek maakt. Misschien moeten ze zingend gaan debatteren maar ik ben bang dat het een kakofonie van diverse stijlen wordt, kerkelijk engelengezang zal het in ieder geval niet zijn.

Nu komt er in onze wijk vergunningen parkeren. Niet dat de wijk er over bevraagd is want ik weet van niets. Nee de raad heeft dat in hun wijsheid besloten na het klagen van een aantal mensen. DE klagers worden weer gehoord denk ik dan. Een heel stuk in het Brabants dagblad want de wijk heeft last van het parkeren van winkelend publiek. Maar dat is helemaal de issue niet, het personeel van het centrum parkeert overdag hier omdat het gratis is. Nu verplaats je met het vergunningsstelsel het probleem, maar oké wellicht iets voor te zeggen. Maar is er wel eens iemand geweest die een onderzoek gedaan heeft naar het parkeren in deze wijk? Waarschijnlijk niet want dan komt eruit dat er gewoon teveel auto’s zijn ten opzichte van het aantal parkeerplaatsen. En is het probleem het grootst in de avonduren en de weekenden.

Maar goed we willen dat de bewoner mee gaat praten want dat is belangrijk om draagvlak te krijgen, toch? Maar de beslissing is al gevallen…. dus de inspraak richt zich nu op waar de bordjes voor het vergunning parkeren moeten komen te staan… dát verstaan ze dus onder democratie of participeren of hoe je het wil noemen. Persoonlijk vind ik het een kluif om de bewoners stil te houden.

En dan vragen we ons telkens af hoe het komt dat politiek, “de” gemeente, “de” regering, kabinet etc maar geen aansluiting krijgen met de burger. Nu hoor ik je zeggen, de mensen zijn toch gekozen die dit beslissen? Klopt helemaal mee eens, helaas zijn na de verkiezingen de beloftes grotendeels verdwenen én lijkt het erop dat mensen op persoonlijke titel zitten…. In ieder geval ben ik het vertrouwen aardig kwijt en ga ik 15 maart niet stemmen…ik heb namelijk compleet geen idee wat er met mijn stem gedaan wordt…helaas. Wellicht kom ik na de verkiezingen tot inkeer voor de volgende verkiezingen….

Margriet

28 februari 2023

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑