Durven vragen

Een van de moeilijkste dingen die ik heb moeten leren sinds ik chronisch ziek ben, is niet omgaan met pijn, vermoeidheid of beperkingen. Maar het is leren vragen.

Vragen of iemand boodschappen wil meenemen. Vragen of iemand mijn bed wil verschonen. Vragen of iemand me naar het ziekenhuis kan brengen. Vragen of iemand de containers buiten wil zetten of een klusje in de tuin wil doen. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar dat is het niet. Veel mensen willen graag zelfstandig zijn. Ik in ieder geval wel. Je wilt niet afhankelijk zijn van anderen. Toch komt er een moment waarop je beseft dat sommige dingen niet meer alleen lukken. Dan moet je leren hulp te vragen. En geloof me, dat leer je niet van de ene op de andere dag. Zelf vind ik het nóg steeds lastig

.

Als ik iets vraag, probeer ik altijd rekening te houden met degene aan wie ik het vraag. Ik wil niemand overbelasten. Ik wil niet steeds dezelfde persoon lastigvallen. Tegelijkertijd weet ik ook dat het in de praktijk vaak wél dezelfde mensen zijn die ik vraag. Niet omdat ik anderen niet vertrouw, maar omdat ik weet dat ik van hen meestal een eerlijk en positief antwoord krijg.

Dat brengt me bij iets waar tegenwoordig veel over gesproken wordt: samenredzaamheid.

Het idee is mooi. Wat kunnen mensen voor elkaar betekenen zodat niet alles bij professionele zorg terechtkomt? Zo werkt het in mijn eigen situatie ook. Ik heb een geweldig netwerk van familie, vrienden, buren en bekenden om me heen. Er zijn mensen die me helpen, meedenken en soms al weten wat ik nodig heb voordat ik het zelf heb uitgesproken. Daar ben ik ongelooflijk dankbaar voor. Maar tegelijkertijd zit daar ook een angst. Vraag ik niet te veel? Denken mensen soms, daar heb je haar weer? Komen ze nog langs omdat ze het gezellig vinden, of omdat er altijd iets geregeld moet worden?

Want naast chronisch ziek zijn, wil ik ook gewoon mens blijven. Ik wil horen hoe het met anderen gaat. Ik wil lachen, koffie drinken, belangstelling tonen voor hun leven. Ik wil niet dat elke ontmoeting draait om wat ik nodig heb. Die balans zoeken blijft ingewikkeld.

Misschien komt die angst ook voort uit ervaringen uit het verleden. Toen mijn moeder ziek werd, verzorgden mijn broers en ik haar samen. Dat begon met kleine dingen. Een boodschap hier, een ritje daar. Samen naar de artsen, haar zus in Bergen op Zoom bezoeken, wat toeren maar langzaam werd het meer. En meer. Op een gegeven moment stond ik ’s nachts naast haar bed omdat ze benauwd was of pijn had en samen met de nachtverpleging haalde ik haar dan uit bed. Daarna reed ik ’s morgens vroeg naar mijn werk. Na werktijd ging ik weer naar haar toe om dingen te regelen. We hadden veel hulp georganiseerd, maar toch bleef de zorg groeien. Uiteindelijk beheerste het vrijwel mijn hele leven. Ik deed het uit liefde. Zonder twijfel. Maar ik weet ook hoe zwaar mantelzorg kan worden wanneer de grens tussen helpen en overbelast raken langzaam vervaagt.

Misschien ben ik daarom zo alert op het risico van overvragen. En dan denk ik ook aan de andere kant van het verhaal. Aan de mensen die geen netwerk hebben. Aan degenen die niemand hebben om boodschappen te doen, een lamp op te hangen of mee te gaan naar een ziekenhuisafspraak.

Hoe werkt samenredzaamheid dan?

Hoe lang blijven mensen helpen als iemand niet dankbaar reageert? Hoeveel geduld hebben we met mensen die hun achteruitgang niet goed kunnen verwerken?

Of aan die mopperkont in de straat die overal boos op lijkt. De man of vrouw die kortaf reageert, afwijzend doet of mensen wegduwt. Misschien uit frustratie. Misschien uit verdriet of pijn. Misschien omdat het lichaam niet meer meewerkt en de wereld steeds kleiner wordt.

Dat zijn vragen waar ik geen eenvoudig antwoord op heb. Wat ik wel weet, is dat samenredzaamheid niet alleen draait om wat mensen kunnen geven. Het draait ook om wat een samenleving wil zijn.

Willen we alleen zorgen voor de aardige, sociale en dankbare mensen? Of hebben we ook oog voor degenen die moeilijk zijn geworden door alles wat ze verloren hebben?

Voor mij persoonlijk gaat het gelukkig goed. Ik heb mensen om me heen op wie ik kan rekenen. Dat besef ik iedere dag opnieuw. Juist daarom maak ik me zorgen over degenen die dat niet hebben.

Misschien is dat uiteindelijk de uitdaging van samenredzaamheid.

Niet alleen leren vragen.

Niet alleen leren helpen.

Maar ook blijven omzien naar mensen die geen stem hebben, geen netwerk hebben of niet meer goed weten hoe ze hulp moeten vragen.

Want vroeg of laat kan ieder van ons diegene zijn.

Margriet

Het 11 juni 2026

Mondkapjes… wat vind ik daarvan?

Gaan we nu wel of niet mondkapjes dragen? Het houdt me bezig. Niet alleen of het veilig is of schijnveiligheid maar vooral ook, wie ga ik straks nog verstaan? Zijn alle kapjes wel geschikt, ook de kapjes die nu door de vlijtige huismoeders wordt gemaakt?

Al van mijn geboorte ben ik slechthorend. Het is pas laat ontdekt en schijnbaar deed ik toen al aan liplezen. Oké, eerlijk is eerlijk, ik had een aardig spraakgebrek. School was sjool, schoen een sjoen etc. Later vertelde de KNO arts dat iedereen die minder gaat horen of minder hoort automatisch ondersteuning zoekt bij de lippen. Ik dus ook.

Bij mijn hoortesten wordt ook altijd gezegd dat ik een hoog “ gokgehalte” heb. Ik hoor wat klanken en daar maak ik schijnbaar woorden van. Ik zal zeker niet de enige zijn. Ik versta niet alle woorden maar door logica maak ik er een zin van…soms goed. soms fout.

Vooral in bijeenkomsten als vergaderingen, ik heb solo aparatuur, merk ik het vaker, ik lig dan in een deuk omdat ik het zo grappig vind, maar zie aan de andere dat er niks te lachen valt,,,verkeerd verstaan dus.. ach niet erg. Ik denk dat veel slechthorende ook herkennen dat je vaak veel te vroeg op een bijeenkomst bent om de juiste plaats uit te kiezen. 

Maar goed terug naar de mondkapjes. Ik ben dus best afhankelijk van liplezen, hoe gaat dat dan als iedereen een mondkapje voor heeft. Dan denk ik dat ik van het  “wat zeg je?” ben.  Tot ergenis van een ander. Zullen ze me de mop uit gaan leggen? Of vertellen ze de mop opnieuw.? Gaan ze over in Jip en Janneke taal, alsof ik het anders niet zou begrijpen? Of krijg ik de opmerking ” Ja, of je worst lust”?

Vroeger toen de hoortoestellen nog niet zo goed waren heb ik alle opmerkingen wel gehad, kon me er ook vreselijk aan ergeren, tegenwoordig denk ik in mijn hoofd…jaja of jij een worst lust, sukkeltje.

Zouden er mondkapjes bestaan met doorzichtig materiaal? Gat inde markt? Zag vanmorgen op het nieuws dat iemand er een stuk tussenuit geknipt had omdat het ademen wat lastiger ging. Ik kon haar lippen wel zien, maar of dat nu de bedoeling is? Zou zo’n gezichtsscherm van plastic niet beter beschermen, daar komt niks doorheen. De pedicure had er een op… zag er wel veilig uit. Maar voldoet dat aan de norm, zou mij wel helpen.

Mondkapjes draag je, zegt de overheid, als je verkouden bent, ziek bent, om te voorkomen dat je een ander besmet.   Maar nu willen ze dat waarschijnlijk iedereen in het openbaar vervoer mondkapjes draagt. Worden mensen dan vrijer? Is het dan schijnveiligheid? 

En dan die fleurige mondkapjes die door de vlijtige mensen wordt gemaakt zijn die wel veilig? Ik hoor mensen zeggen dan stop je er een koffiefilter in of een maandverband,,,( ik zie het al voor me, een hele grote :-))

Ik vind nog veel onduidelijk, ben ook wel bang dat als mondkapjes verplicht worden iedereen er een soort willekeur ontstaat. Kapjes die wel goed gekeurd zijn, en de zelfmaak dingen die misschien helemaal niet goed zijn. Maar ook dat mensen zich veilig gaan voelen en elkaar weer massaal gaan opzoeken of naar de winkelcentra gaan.

Als ik op tv zie hoe druk het in de stad is, of bij IKEA en wat te denken van de tuincentra, dan houd ik mijn hart vast. In de omliggende landen zweren ze het bij mondkapjes. Zitten onze deskundige er ver naast?

Ik hoop dat de doorzichtige maskers het gaan winnen. dat zou het voor de grote groep doven en slechthorigen een stuk makkelijker maken. Maar wat is nou wijsheid, ik weet het niet, jij wel?

Margriet

6 mei 2020

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑