Hoor jij wat ik hoor? Versta jij hetzelfde?
Soms blijf ik na een gesprek nog lang nadenken. Niet omdat ik iemand wil veroordelen, maar omdat ik probeer te begrijpen waarom we elkaar soms zo moeilijk bereiken. Onlangs ontstond er binnen een politieke groep een stevige discussie over de woorden ‘in dit land’ n.a.v een brandstichting van de auto’s van handhaving.

De één hoorde vooral de praktische boodschap. brandstichting is onacceptabel en als je het ergens niet mee eens bent, praat je met elkaar. De ander bleef hangen bij die woorden en vroeg zich af, waarom wordt er gezegd ‘in dit land’? Wie wordt daarmee bedoeld? En wie kan het gevoel krijgen dat die er niet vanzelfsprekend bij hoort?
Volgens mij gingen mensen op twee verschillende niveaus met elkaar in gesprek. De één besprak wat de zin letterlijk zei. De ander vertelde wat de woorden opriepen. Toen dat verschil niet werd gezien, liepen de reacties steeds verder uiteen. De discussie is op een gegeven moment gestopt. Niet omdat het onderwerp er niet toe doet, maar omdat we elkaar niet meer leken te horen.

Toch blijft het me bezighouden. Want woorden kunnen iets anders oproepen dan we bedoelen. Dat betekent niet meteen dat iemand slechte bedoelingen heeft. Maar het betekent ook niet dat de ervaring van degene die geraakt wordt zomaar van tafel kan.
Ook ons koloniale en slavernijverleden speelt hierin mee. Dat verleden is niet afgesloten zodra de geschiedenisboeken dichtgaan. Een recente literatuurstudie van het Verwey-Jonker Instituut, gebaseerd op ongeveer driehonderd publicaties, beschrijft hoe historische denkbeelden, beeldvorming, machtsverhoudingen en normen doorwerken in het huidige racisme en de discriminatie. Daarbij hoort ook de oude hiërarchie waarin witheid werd verbonden met beschaving, superioriteit en macht, en zwartheid met minderwaardigheid en afhankelijkheid. Dat benoemen betekent niet dat iedere witte Nederlander bewust denkt boven een ander te staan. Het betekent wel dat zulke ideeën en verhoudingen invloed kunnen houden, ook als we dat niet willen of niet doorhebben. (. -jonker.nl)
Dat raakt aan de discussie over Zwarte Piet. Veel mensen dachten bij dat feest aan hun jeugd, gezelligheid en blije kinderen. Anderen voelden zich door het uiterlijk van Piet gekwetst of buitengesloten. De kritiek op raciale stereotypering bestaat al tientallen jaren, het Meertens Instituut beschrijft hoe het debat uiteindelijk ook vragen opriep over identiteit, gelijkheid en wie zich vanzelfsprekend tot een gedeelde traditie mag rekenen. (meertens.knaw.nl)
Ik begrijp dat kritiek op iets waar je warme herinneringen aan hebt, persoonlijk kan voelen. Toch mogen die herinneringen niet het enige perspectief zijn. Een onderzoek onder jonge kinderen liet zien dat zij Piet positief konden waarderen en tegelijk zijn huidskleur en ondergeschikte positie opmerkten. Kinderplezier en de mogelijke raciale betekenis van een figuur sluiten elkaar dus niet automatisch uit.
Het mooie vind ik dat kinderen het feest nog steeds kunnen vieren en ervan kunnen genieten, ook met andere Pieten. Een traditie kan veranderen zonder dat alles wat mensen eraan koesteren verdwijnt. Liedjes, spanning, strooigoed, cadeautjes en samen vieren kunnen blijven bestaan.

Ik weet zelf hoe een opmerking anders kan landen dan iemand misschien bedoelt. Mijn gewicht is sterk beïnvloed door allerlei medicatie en mijn gezondheid. Als ik een ijsje eet, zegt iemand die ik helemaal niet ken weleens….”Zou je dat wel doen?” Misschien bedoelt die persoon het als bezorgdheid of een grapje. Maar wat ik hoor, is, “Je bent al dik genoeg. Waarom stop je er nog meer calorieën in?”
Dat kan pijn doen. Niet omdat die onbekende mijn hele verhaal kent, maar juist omdat die persoon dat niet kent en toch iets zegt over mijn lichaam en wat ik wel of niet zou mogen eten. Ik vraag niet van iedereen dat die precies weet wat er achter mijn gewicht zit. Ik hoop wel dat mensen even nadenken voordat ze zo’n opmerking maken.

Ik wil met deze voorbeelden niemand als racist, ongevoelig of slecht wegzetten. Ik wil ook niet zeggen dat iedereen elk woord hetzelfde moet horen. We luisteren met onze eigen ervaringen, herinneringen en verwachtingen. Soms vullen we zelf iets in. Ik dacht bij twee mensen op een scooter bijvoorbeeld meteen aan jongeren, terwijl hun leeftijd niet bekend was. Dat was mijn associatie, geen feit.
Misschien kunnen we daarom proberen twee dingen tegelijk te doen, uitleggen wat we bedoelden én luisteren naar hoe onze woorden bij een ander aankwamen. We hoeven niet meteen over iemands karakter te oordelen. We kunnen wel nieuwsgierig vragen, “Wat hoorde jij in die woorden?” En ook eerlijk zeggen, “Dat bedoelde ik niet zo, maar ik wil begrijpen waarom het je raakte.”

Dat vraagt iets van ons allemaal, geduld, de bereidheid om niet direct in de verdediging te schieten en de erkenning dat woorden ertoe doen….ook wanneer ze anders landen dan we hadden bedoeld.
Elkaar begrijpen begint misschien niet met het meteen eens worden. Het begint ermee dat we moeite blijven doen om te horen wat de ander werkelijk probeert te zeggen.
Margriet
27 oktober 2026
